Pedagogisch adviseren (opvoedbureau)
In de zeventiger en tachtiger jaren werd gemerkt dat ouders met milde opvoedingsproblemen (te zwaar voor de eerstelijns gezondheidszorg als consultatiebureau en GGD en te licht voor de GGZ) behoefte hadden aan een laagdrempelige voorziening. Dit leidde in de negentiger jaren tot het oprichten van opvoedbureaus. Vanaf het begin was de provincie Zuid-Holland via S&O, later JSO, hierbij inhoudelijk en organisatorisch betrokken.
Ouders nemen meestal zelf telefonisch contact op met een opvoedbureau waarbij een afspraak gemaakt wordt, soms komen ze via vrije inloop. In ten hoogste zes gesprekken van maximaal een uur worden de ouders geholpen. Er wordt geen dossier gemaakt, alleen anoniem geregistreerd. Ook de locatie draagt bij aan de laagdrempeligheid: meestal in een gezondheidscentrum, bij een consultatiebureau of in een gebouw waar welzijnsorganisaties gehuisvest zijn.
Behalve het spreekuur biedt een opvoedbureau ook thema-avonden en cursussen voor ouders aan. Deze worden meestal gegeven op een speelzaal of school. Voorbeelden: “regels en grenzen stellen in de opvoeding” en “een puber in huis”.
Opvoedbureaus zijn bedoeld voor alle ouders, maar soms is er speciaal een medewerker in dienst voor de allochtone doelgroep. Zij komt bijvoorbeeld naar taalcursussen of verzorgt huisbezoeken.
Doelstelling
Pedagogische advisering vanuit een opvoedbureau moet ertoe leiden dat ouders antwoord vinden op hun opvoedingsvragen, vertrouwen krijgen in zichzelf als opvoeder en moeilijkheden in de opvoeding zelf kunnen hanteren. Dit gebeurt door ouders inzicht te verschaffen in ontwikkeling van hun kind, opvoedingsvaardigheden aan te reiken en te wijzen op mogelijkheden hun sociale netwerk te versterken.
Het opvoedbureau beoogt escalatie van opvoedproblemen te voorkomen door in een vroegtijdig stadium hulp en advies te geven. Het opvoedbureau geeft invulling aan de vierde gemeentelijke functie ‘Pedagogische advisering en lichte hulpverlening’.
Doelgroep
De directe doelgroep is de ouders van 0-18 jarigen. Indirect worden ook professionals, die met kinderen werken, zoals kinderopvang en leerkrachten bereikt.
Eerste lijnsactiviteit
Werkgebied
Met ruim 90 opvoedbureaus is een dekkend netwerk in Zuid-Holland gerealiseerd.
Vergelijkbare programma's
- Triple P, niveau 3 (Triple P biedt gericht advies bij specifieke zorgen en is gericht op gedragsverandering bij het kind, 0-18 jarigen): erkenning NJi: theoretisch goed onderbouwd.
- Stap voor Stap (lichte problematiek van 7 onderwerpen, doelgroep 0-4 jarigen): erkenning NJi: theoretisch goed onderbouwd.
In 2003 heeft een evaluatieonderzoek plaatsgevonden onder 346 ouders. 243 vragenlijsten kwamen ingevuld terug. 84 % noemt de hulp van het opvoedbureau goed tot zeer goed, 15 procent ‘voldoende’ en 1 % geeft het oordeel ‘matig’. Ouders voelen zich ondersteund en zijn blij te kunnen praten met een deskundige, zonder ingewikkelde intakeprocedures. Ze komen verder met de adviezen en ervaren nadien een beter contact met hun kind. De ouders waarderen de diensten van het opvoedbureau met een ruime 8 (zie ‘Daarom opvoedbureaus!’, mei 2004, verkrijgbaar bij JSO).
In 2008 is onder de gebruikers van de opvoedbureaus in Zuid-Holland Zuid een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de ouders tevreden zijn over de ondersteuning die zij van het opvoedbureau krijgen. De dienstverlening wordt gewaardeerd met een ruime 8. Deze vorm van licht pedagogische hulp voldoet duidelijk aan een behoefte. Opvoedbureaus zijn als laagdrempelige voorziening dus bij uitstek op hun plaats binnen het basisaanbod in een Centrum voor Jeugd en Gezin.
De top 3 van opvoedingsvragen waarmee ouders zich tot het opvoedbureau wenden is door de jaren heen vrij constant. Het betreft vragen over opvallend gedrag, over de aanpak van de opvoeding en de emotionele ontwikkeling van kinderen. De meeste vragen gaan over de categorie schoolkinderen. Beschouwd per leeftijd, stellen de meeste ouders vragen over kinderen van 2, 3, 4 of 5 jaar. Ouders van kinderen op middelbareschoolleeftijd zijn in de minderheid. Het zijn meestal moeders die contact zoeken met het opvoedbureau en zij zijn vaker van autochtone dan van allochtone afkomst. In de gemeente Den Haag is het aandeel allochtone ouders groter dan in de andere regio’s. De situatie in een meerderheid van de gezinnen laat zich omschrijven als een gespannen opvoedingssituatie. De pedagogisch adviseurs geven aan dat contact met het opvoedbureau meestal als resultaat heeft dat ouders het probleem als beter hanteerbaar beschouwen of dat zij een andere aanpak gaan uitproberen. Volgens de pedagogisch adviseurs is voor rond de 10% van de ouders het probleem is opgelost.
Status van effectiviteit
Het NJi verkent de mogelijkheid een proefbeoordeling te houden van de methodiek die het opvoedbureau hanteert. Doel van deze proefbeoordeling is vast te stellen of de Databank Effectieve Interventies de juiste plek is voor deze methodiek, of dat de methodiek beter past in een van de andere databanken (in oprichting).
Practice based
In Zuid-Holland is een dekkend netwerk aan opvoedbureaus. Ouders over heel Zuid-Holland maken gebruik van een opvoedbureau bij hen in de regio. In totaal werden in 2008 in de provincie Zuid-Holland 76 opvoedbureaus georganiseerd, waarvan er 34 zijn gesitueerd in het Stadsgewest Haaglanden. JSO verzorgt de registratie en rapportage voor 40 opvoedbureaus, de overige opvoedbureaus in Zuid-Holland hanteren een eigen administratieprogramma.
- In 2008 registreerde JSO 2042 cliënten in de regio’s Midden-Holland, Zuid (deels), de Gemeente Den Haag en een deel van de regio Haaglanden.
- De Bollenstreek heeft in 2008 376 cliënten geholpen.
- De regio Groot Rijnland registreerde rond de 400 cliënten.
- De ontbrekende regio’s in Zuid en Haaglanden hebben contact gehad met ongeveer 200 cliënten.
- In totaal ligt het aantal ouders dat in 2008 geholpen werd door een van de Opvoedbureaus op zo'n 3.000.
Gemiddeld hebben ouders 2 tot 3 keer contact met het Opvoedbureau. Aan de 76 opvoedbureaus zijn rond de 50 pedagogisch adviseurs verbonden.
Partners
Het opvoedbureau werkt samen met de Jeugdgezondheidszorg, Bureau Jeugdzorg, huisartsen, particuliere praktijken (bijvoorbeeld kinderpsychologen), kinderopvang, scholen, AMW, SMW, welzijnsorganisaties.
Meer informatie
JSO, Monique Albeda, projectleider, E m.albeda@jso.nl, T 0182 547865.
Dossiers:Opvoedingsondersteuning
