RAAK
Het programmaministerie Jeugd en Gezin heeft de preventie van kindermishandeling als een van de speerpunten van beleid benoemd. Om regionaal een sluitende aanpak voor kindermishandeling in te voeren is een actieplan opgesteld: de Aanpak RAAK. Een adviseur van JSO speelt een rol bij de implementatie van RAAK in vijf Zuid-Hollandse centrumgemeenten.
In 2003 is RAAK (Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling) opgericht met als doel een werkwijze te implementeren waarbij instellingen en beroepskrachten op regionaal niveau gezamenlijk werken aan een samenhangende en effectieve aanpak van kindermishandeling. Deze RAAK-werkwijze is in vier proefregio’s getest, waarbij een sluitende aanpak ontwikkeld is. Daarop is besloten tussen 2008 en 2010 RAAK in het hele land in te voeren.
Deze sluitende aanpak moet leiden tot het:
- zoveel mogelijk voorkómen van kindermishandeling;
- zo snel mogelijk signaleren en onderzoeken van vermoedens;
- stoppen van kindermishandeling en beperken van schadelijke gevolgen door snel passende hulp en/of bescherming te bieden.
Het ministerie heeft 35 centrumgemeenten gevraagd om de implementatie van de RAAK-methode te regisseren. Per regio is budget beschikbaar voor tegemoetkoming in de kosten van het aanstellen van een coördinator en het opstellen van een regioplan sluitende aanpak kindermishandeling.
Implementatieadviseur
Het NJi ondersteunt de regio’s bij de invoering van RAAK. JSO-adviseur kindermishandeling, Nathalie Sie, is gevraagd als implementatieadviseur. Zij begeleidt de regiocoördinatoren van de vijf Zuid-Hollandse centrumgemeenten Leiden, Gouda, Den Haag, Delft en Dordrecht.
“Een leuke klus! Ik fungeer als intermediair tussen de regio’s en het landelijke traject. Zo schakel ik tussen theorie en praktijk”, aldus Nathalie.
“Inmiddels zijn in alle centrumgemeenten regiocoördinatoren aangesteld; betrokken en deskundige medewerkers afkomstig van GGD of gemeente. We zijn in elke regio begonnen met het maken van een ‘startfoto’, een inventarisatie van de huidige stand van zaken. Met alle organisaties in het zorgcontinuüm is overleg geweest om duidelijk te krijgen welke activiteiten er al plaatsvinden, wat overlapt, waar witte vlekken zitten en wat nodig is om tot een sluitende aanpak te komen.
Deze nulmeting vormt de basis voor het regionale werkplan, gericht op de eigen plaatselijke situatie. Belangrijke ingrediënten daarin zijn scholing en het gebruik van protocollen. Deze werkplannen worden begin 2009 voorgelegd aan de gemeenten. Na hun akkoord kan worden gestart met de uitvoering.
Ik blijf tot eind 2010 betrokken bij de regio’s en heb een adviserende rol in de uitvoering van de werkplannen. Bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe een regionaal handelingsprotocol eruit zou moeten zien en hoe dat kan worden ingevoerd. Of door het adviseren over een scholingsplan in de regio. Zo hoop ik dat we eind 2010 een heel eind op weg zijn alle kinderen een veilige omgeving te bieden.”
Uitvoerende organisatie
JSO, T 0182 547888
Dossiers:Kindermishandeling
