Veilig Opgroeien
Vormgeving van preventief jeugdbeleid blijkt in de praktijk ingewikkeld. Er is behoefte om preventief jeugdbeleid vorm te geven en doelgericht in te zetten op de oorzaken van probleemgedrag onder jongeren. Daarmee moet probleemgedrag voorkomen worden in plaats van het bestrijden van het probleemgedrag zelf.
Veilig Opgroeien is een cyclisch proces, waarin telkens 5 fasen worden doorlopen (zie ook de landelijke website). Veilig opgroeien brengt de domeinen thuis, wijk, school en vrienden in beeld en verbindt ze met elkaar. CtC is te onderscheiden in de volgende 5 fasen:
- Fase 1: Oriëntatie, waaronder: het creëren van draagvlak, zorgen voor goede introductie in het werkveld, maken van een omgevingsanalyse, voorbereiden van de scholierenenquête.
- Fase 2: Voorbereiding, waaronder: uitvoering van de scholierenenquête, oprichten van stuurgroep en preventieteam, informeren en betrekken van het CtC-gebied.
- Fase 3: Ontwikkelen van een gebiedsprofiel, waaronder: het verzamelen en analyseren van gegevens over probleemgedragingen, risicofactoren en beschermende factoren in het gebied, het prioriteren van de risicofactoren en beschermende factoren en het in kaart brengen en analyseren van bestaande preventieve programma’s en activiteiten in het gebied
- Fase 4: Ontwikkelen van het preventieplan, waaronder: het formuleren van lange termijn doelen t.a.v. probleemgedrag, risicofactoren en beschermende factoren, het ontwikkelen van een plan waarin programma’s/voorzieningen in het gebied een samenhangend aanbod doen om de risicofactoren te verminderen en de beschermende factoren te versterken
- Fase 5: Implementatie en uitvoering van het preventieplan, waaronder: het opzetten van een organisatiestructuur die de invoering van het preventieplan in het gebied ondersteunt, het uitvoeren van evaluaties en het bijstellen van het preventieplan, het onderhouden van draagvlak –voor langere termijn- voor het proces in het gebied.
CtC richt zich op de problemen die daadwerkelijk bestaan in een gebied, niet op problemen waarvan mensen dénken dat ze er zijn. De problemen worden allereerst geïnventariseerd met het CtC-scholierenonderzoek. Dit onderzoek wordt verricht onder een representatieve groep jongeren van 12 tot 18 jaar uit de woonomgeving. Op basis van het scholierenonderzoek worden probleemgedrag en indicatoren daarvan in kaart gebracht. Naast het scholierenonderzoek wordt gebruik gemaakt van het bronnenboek Probleemgedrag in cijfers. Dat geeft verder richting aan het zoekproces naar problemen en oorzaken op lokaal niveau, door te vergelijken met landelijke gegevens. Op basis van de lokale probleemanalyse worden conclusies getrokken over de aard en mate van het probleemgedrag. Op grond daarvan worden de belangrijkste onderliggende risico- en beschermende factoren benoemd, waarop het jeugdpreventiebeleid in de wijk zich vervolgens de komende jaren zal richten.
Doelstelling
Het doel van het programma is de sociale veiligheid duurzaam te vergroten en een omgeving te creëren waarin jongeren kunnen opgroeien tot volwassenen die een positieve en gewaardeerde rol kunnen spelen in onze maatschappij.
CtC is een preventieprogramma gericht op kinderen/jongeren van 0 - 18 jaar en hun omgeving. JSO richt zich op de indirecte doelgroep: ondersteuning, training en coaching van gemeenten waar CtC wordt uitgevoerd, de lokale projectleiders en betrokken organisaties.
Eerste lijns- of tweede lijnsactiviteitCtC is een sturingsinstrument voor preventief jeugdbeleid, waarbinnen eerstelijns programma’s worden ingezet om probleemgedrag te voorkomen.
Raakvlak met CJG’sVeilig Opgroeien is voor gemeenten een methode om het jeugdbeleid te rationaliseren. Het kan een goede rol spelen bij de vormgeving van een CJG.
De activiteiten vallen onder de volgende Wmo-functies- Informatie en advies
Veilig Opgroeien kan een rol spelen in het stroomlijnen van informatie voor ouders/buurtbewoners. - Signalering
In het preventieplan (plan van aanpak) worden afspraken vastgelegd omtrent de inzet van programma’s om risicofactoren te verminderen en beschermende factoren te versterken. Daarbij horen ook afspraken over signalering - Toeleiding
In het preventieplan (plan van aanpak) worden afspraken vastgelegd omtrent de inzet van programma’s om risicofactoren te verminderen en beschermende factoren te versterken. Goede afspraken over toeleiding zijn essentieel voor een goed bereik van de ingezette programma's. - Lichte pedagogische hulp
Dit kan als activiteit voortvloeien uit het preventieplan - Coördinatie van zorg
De structuur van Veilig Opgroeien bevordert intensieve samenwerking tussen organisaties.
Wat heeft Veilig Opgroeien gemeenten te bieden in het kader van preventief jeugdbeleid?
Veilig Opgroeien is een methode om grip te krijgen op het preventief jeugdbeleid, om lacunes en overlap te voorkomen en goed samen te werken en af te stemmen. Als Veilig Opgroeien goed wordt ingezet, krijg je antwoord op de vragen: doen we de goede dingen en doen we de goede dingen goed?
Veilig Opgroeien kan ingezet worden als sturingsmechanisme waarbij organisaties, op een gestandaardiseerde manier, met elkaar bekijken waar de prioriteiten liggen. Met deze methode kom je te weten hoe het ervoor staat met de jongeren in een wijk of gemeente, en je kunt ze langdurig volgen. Het is een middel om structureel te werken aan de oplossing van (met elkaar samenhangende) problemen.
Met Veilig Opgroeien kan ook in kaart gebracht worden welke activiteiten al gebeuren binnen een CJG, en waar nog lacunes zitten.
Mogelijkheden om aan te haken bij lokale en regionale initiatieven rond CJG’sVeilig Opgroeien biedt samenwerkende organisaties een middel om keuzes te maken en hun aanbod af te stemmen en te versterken. Dat kan zowel binnen een gemeente als binnen een regio. Veilig Opgroeien kan tijdelijk worden gefinancierd via de RAS-gelden. Er wordt momenteel ook geëxperimenteerd met het samenvoegen van de CtC-scholierenenquête en de jeugdmonitor van de GGD.
Voorbeelden van good practices elders in het landMen is in Nederland begonnen met CtC met een aantal pilot-gemeenten in 2000. Vanaf die eerste tijd zijn Rotterdam, Amsterdam, Zwolle en (iets later) Leeuwarden aan de slag. Er wordt effectonderzoek uitgevoerd door het Verwey-Jonker instituut. Het NJi is vanaf 2000 in Nederland licentiehouder van deze methode. Het onderzoeksbureau DSP heeft vanaf de begintijd de scholierenonderzoeken uitgevoerd.
Resultaten/effect
Een gemeente die werkt volgens deze methode ontwikkelt in ieder geval:
- Een omgevingsanalyse;
- Rapport van scholierenenquête (onderzoek wordt om de 2 à 3 jaar herhaald);
- Een wijkprofiel (risico- en sterkteanalyse);
- Een preventieplan met daarin een omschrijving van de inzet van programma’s en activiteiten voor de komende jaren, doelen en groepen die men wil bereiken en afspraken omtrent evaluatie en monitoring.
- Er is een stuurgroep opgericht en een of meerdere preventieteams waaraan naast de gemeente, diverse organisaties op het gebied van jeugd-, welzijns-, zorg- en veiligheidsbeleid deelnemen.
CtC werd eind 1998 via het ministerie van justitie door het NJi in Nederland geïntroduceerd. Vier pilotgemeenten (Amsterdam, Arnhem, Rotterdam en Zwolle) zijn in 2000 gestart. Op dit moment wordt CtC in Nederland in 18 gemeenten uitgevoerd, waarvan 11 in Zuid-Holland. Daarnaast heeft de gemeente Rotterdam deze methode in al haar deelgemeenten ingevoerd.
Het Verwey-Jonker Instituut heeft in opdracht van het ministerie van justitie en ministerie van VWS een proces- en effectevaluatie naar CtC uitgevoerd. In 2006 is een rapportage van dit onderzoek uitgegeven: "Opgroeien in veilige wijken, CtC als instrument voor lokaal preventief jeugdbeleid". Conclusies van dit onderzoek in grote lijn: “gemeenten die de preventiestrategie 'Communities that Care' (CtC) toepassen staan sterk in hun jeugdbeleid. Lokale instellingen werken beter samen, er zijn effectieve programma's tegen probleemgedrag van jongeren én de inzet van middelen vindt gecoördineerd plaats. Deze gemeenten weten jongeren en opvoeders met de grootste problemen, zoals problematisch alcohol- en drugsgebruik, beter te bereiken. Het CtC-programma leidt tot vroegtijdige signalering en betere doorverwijzing voorwaarden voor een gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen”.
In 2008 is een groot onderzoek van start gegaan, gefinancierd door Zon Mw en uitgevoerd door het NJi, waarbij 5 gemeenten die met de methode gaan werken vanaf het begin gevolgd worden en vergeleken met 5 gemeenten die niet met CtC werken. De eerste resultaten worden in 2010 verwacht.
Status van effectiviteit
CtC is een programma dat op zichzelf nog niet in de DEI is opgenomen. Het werkt wel met de inzet van zoveel mogelijk effectieve en theoretisch goed onderbouwde programma’s. In het programma CtC is een gids samengesteld van programma's die als theoretisch goed onderbouwd en bewezen effectief zijn aangemerkt. Het Verwey-Jonker voert doorlopend onderzoek uit naar de werking van CtC in Nederland,waarbij wijken die met deze methode werken uitvoerig worden onderzocht en gemonitord. Daarnaast wordt sinds 2008 een vergelijkend onderzoek uitgevoerd.
Er zijn geen programma's die vergelijkbaar zijn met CtC. Wel worden diverse programma’s in het kader van CtC ingezet, zoals Tegendraads, Triple P, oudercursussen, Home Start. Daarnaast kan CtC als methode ook goed gebruikt worden bij de vormgeving van Centra voor Jeugd en Gezin.
Partners
NJi (licentiehouder), DSP (onderzoeksbureau), Verwey-Jonker instituut, Bureau Seinpost, Gemeenten, Organisaties op het gebied van jeugd- en veiligheidsbeleid, Centra voor Jeugd en Gezin, Veiligheidshuizen.
Meer informatie
JSO, Rob Rutten, E r.rutten@jso.nl, T 0182 547867
Dossiers:Jeugdbeleid,Samen in de wijk
