U bevindt zich hier:

"16+ en crimineel: wat ouders doen en laten" - Terugblik Rondom Jeugd

Op 13 oktober 2011 organiseerde JSO een bijeenkomst over jongvolwassen delinquenten. Welke feiten en cijfers zijn er over de groep bekend? Hoe ontwikkelt de criminele carrière van de jongvolwassen criminelen zich? En wat betekent dit voor de rol van hun ouders? Kunnen ouders van 16-plussers nog wat doen en laten in de opvoeding van deze jongeren? Onder leiding van dagvoorzitter Nita van Veluw gaan sprekers en deelnemers met elkaar in gesprek.

Drie groepen delinquente jongvolwassenen

De eerste presentatie wordt verzorgd door prof. dr. Arjan Blokland. Hij gaat in zijn presentatie in op de overgang van delinquent gedrag tijdens adolescentie naar jongvolwassenheid. Uit zijn onderzoek blijkt dat er onder jongvolwassen delinquenten drie groepen te onderscheiden zijn:

  • De leeftijdspersistente delinquenten
  • De adolescentie gelimiteerde delinquenten
  • De de-escalerende groep delinquenten

In zijn presentatie licht Blokland het onderscheid tussen deze groepen toe en doet hij enkele aanbevelingen voor de hulpverlening. Daarnaast vertelt hij meer over een grootschalig wetenschappelijk onderzoek dat op dit moment in Amsterdam wordt uitgevoerd. In dat onderzoek wordt gekeken naar de invloed van transitiefasen op de ontwikkeling van criminele carrières onder Marokkaans- en Antilliaans-Nederlandse jongens.

Ouders van tegendraadse 16-plussers

Vervolgens neemt drs. Marjan Möhle het woord van de heer Blokland over. Zij werkt bij JSO voor het programma OUDERS van tegendraadse jeugd. JSO ontwikkelt speciaal voor uitvoerders die werken met ouders van jongvolwassen delinquenten een aanvulling op het programma OUDERS van tegendraadse jeugd. Soms geven ouders hun kinderen meer autonomie dan zij aan kunnen, waardoor jongeren meer op hun leeftijdsgenoten gaan koersen. Anderzijds kan het zijn dat ouders hun jongvolwassen kinderen ‘te strak’ houden en geen ruimte voor autonomie geven, waardoor zij zich ook sterker gaan richten op hun omgeving. Het is voor een ouder dus belangrijk om aan te voelen: hoeveel autonomie kan mijn kind aan en wat betekent dit voor mijn rol als opvoeder? Uit het gesprek met de deelnemers komen enkele suggesties naar voren. Deze neemt Möhle mee in de verdere ontwikkeling. Het eindresultaat wordt in 2012 gepubliceerd op de besloten website van JSO.

Discussie onder deelnemers

Tot slot gaan de deelnemers onder leiding van dagvoorzitter Nita van Veluw zelf aan de slag. Middels een interactieve werkvorm geven zij gezamenlijk antwoord op de volgende vragen:

  1. Wat zie je mis gaan tussen ouders en jongvolwassen delinquenten?
  2. Waar loop jij tegen aan in het werken met jongvolwassen delinquenten?
  3. Betrek jij ouders in de aanpak van jongvolwassen delinquenten? Geef zo concreet mogelijk aan wat je doet en wat volgens jou werkt.
  4. Wat zijn je adviezen naar ouders toe om hun jongvolwassen delinquente kinderen zo goed mogelijk te steunen (ofwel: wat kunnen ouders doen?)

Meer informatie

In de bijlagen vindt u het volledige verslag en de presentaties van de bijeenkomst, evenals de gedetailleerde uitwerking van de werksessie. Wilt u meer informatie over het onderzoek van Arjan Blokland of over het programma OUDERS van tegendraadse jeugd, neem dan contact op met adviseur Juletta Vruggink, E j.vruggink@jso.nl, T 0182 547739.

Bijlagen

Dossiers:Jeugdcriminaliteit

Geplaatst: 02 november 2011


Deel deze pagina: 
Print Doorsturen Maak pdf