U bevindt zich hier:

Multidisciplinair samenwerken bij kindermishandeling

Bij (zorgen over) kindermishandeling is vaak sprake van gezinnen met ondersteuningsbehoeften op meerdere leefgebieden, zo blijkt in de praktijk. Professionals staan dan voor de vraag hoe zij adequaat en in samenhang kunnen reageren. Op maandag 3 september wisselden zo’n 50 professionals en ervaringsdeskundigen ervaringen uit tijdens de JSO-bijeenkomst 'Focus op: multidisciplinair samenwerken bij kindermishandeling'.

Een Keniaans spreekwoord zegt: "Wil je snel gaan, ga dan alleen. Wil je ver komen, ga samen met anderen." Deze spreuk geldt zeker voor multidisciplinair samenwerken rond kindermishandeling.

Samenwerken gaat (nog) niet vanzelf

Juist bij kindermishandeling is het essentieel dat problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en instanties (beter) samenwerken bij het snel en op maat adviseren en hulpverlenen aan gezinnen. Hiervoor is al veel ontwikkeld, zoals de verwijsindex, het CJG,  RAAK en het elektronisch kinddossier. Toch blijkt  het realiseren van continuïteit in het belang van het kind, van preventie tot hulpverlening, in de praktijk nog lastig. Een sluitende aanpak vraagt omeen aanbod vanuit het perspectief van de jeugdige over de bestaande grenzen van organisaties, sectoren en financieringsstromen heen.

Samenwerken gaat niet vanzelf. We moeten met elkaar talloze knelpunten oplossen. Denk aan de competenties van de medewerkers, financieringsstromen, ontschotten, de focus op het kind, mogelijkheden tot opschaling, hoeveelheid hulpverleners en samenwerken met ouders en jongeren.  Er wordt al veel samengewerkt, maar meestal naast elkaar in plaats van met elkaar.

Toch ontstaan er steeds meer goede initiatieven en inspirerende voorbeelden waar samenwerking in de praktijk wel blijkt te lukken. In het belang van het kind. We presenteren er twee.

Multidisciplinair Centrum Kindermishandeling Friesland

Gerda de Groot vertelde over het Multi Disciplinaire Centrum (MDC-K) kindermishandeling In Friesland. Dat team is opgericht naar voorbeeld van het Chadwick Centre in San Diego. Inmiddels is één jaar lang ervaring opgedaan. Uitgangspunt is dat er zo weinig mogelijk hulpverleners worden ingezet. Bekijk haar presentatie.

Onderzoek als basis van aanpak
Bij het MDC-K heeft elke zaak één professional, die een centrale rol speelt. Als er sprake is van een melding via het AMK, dan gaat er iemand bij het gezin op bezoek. Die vraagt uitdrukkelijk aan de ouders om mee te werken aan het onderzoek naar wat er aan de hand is en wat nodig is om de situatie te verbeteren. Medisch onderzoek is een standaardelement daarvan. Aan de ouders wordt gemeld dat men niet weet wat er met het kind mis is en dat het belangrijk is om dat goed in beeld te hebben. Ze geven soms het voorbeeld dat een kind verkrampt kan reageren vanwege een lichamelijke beperking, maar ook vanwege ervaren spanning of letsel. Ouders zijn blij met de duidelijkheid en zorgvuldigheid in de aanpak. Over het algemeen zijn ze goed te motiveren om mee te werken.

Effectief samenwerken
Anders dan bij een casusoverleg is de doorlooptijd kort. Er wordt snel gehandeld. Informatie kan gericht worden uitgewisseld, zoals uitkomsten van politieverhoor of medisch onderzoek. Als het MDC-K klaar is, dan neemt het CJG de regie over. Vaak verzorgt iemand vanuit Bureau Jeugdzorg de continuïteit. Op deze manier ligt er als vanzelf een lijn met de CJG’s.

Multidisciplinaire aanpak kindermishandeling in het CJG

In Leidschendam-Ypenburg slaan CJG-partners de handen ineen bij de aanpak van multiprobleemgezinnen. De basis van het CJG is een preventieve aanpak, maar ook zorgcoördinatie is geregeld, in de zogenaamde back office. Bekend zijn de risicofactoren voor verwaarlozing en mishandeling van kinderen. Schuldenproblematiek van de ouders is één van de risicofactoren. Die problematiek komt de laatste tijd steeds meer voor. In 30% van de zaken rond kindermishandeling spelen schulden een rol. Ook in de overige zaken spelen financiële problemen soms een rol; alleen is er dan geen hulpverlenende instantie actief mee bezig in het gezin. Zie ook de presentatie.

Het CJG-team vindt preventie van groot belang en waakt ervoor om de contacten met basisvoorzieningen, zoals het onderwijs, laag te houden. Bij signalen wil men snel begeleiding kunnen bieden, zo licht als mogelijk. Streven is om dit binnen 2 weken te realiseren, liefst binnen 1 week. Inzet van een Eigen Kracht Conferenties kan ook plaatsvinden. In dat geval gaat men met een gezin om tafel en haalt informatie op in aanvulling op die van anderen. En men kijkt of mensen uit het netwerk van het gezin zelf een rol kunnen spelen. De aanpak wordt vastgelegd in een gezinsplan. Daarin wordt gewerkt met degenen uit gezin die wil meewerken. Zo komt het voor dat er wel afspraken volgen met de moeder en niet met de vader. Bij GGZ-problematiek bespreekt men ook tot in hoeverre deze problematiek het ouderschap belemmert. Zo nodig krijgt ook hulp vanuit de GGZ een plaats in het gezinsplan. Het team wil zo goed mogelijk te weten wat er al bekend en afgesproken is, zodat tijdens het gesprek met de ouders en in het gezinsplan ook daadwerkelijk alle facetten aan de orde komen.

Privacy

Mr. Lydia Janssen, expert op het gebied van privacy en de meldcode, ging nader in op een aantal juridische aspecten rond de meldcode. De privacywetgeving is goed hanteerbaar te maken als je vanuit je professionaliteit handelt en bij alles de veiligheid van het kind voorop stelt. Het is wel nodig om duidelijke richtlijnen af te spreken en kaders te scheppen waarbinnen informatie wordt gedeeld. Wat niet gedeeld hoeft te worden, hoeft ook niet geregistreerd te worden. Kennis van die richtlijnen, competenties om in te schatten wat wel en niet relevant is om te delen en vertrouwen in elkaar vormen de basisvoorwaarden voor goed omgaan met vertrouwelijke informatie.

Uit reacties uit de zaal blijkt dat er voldoende motivatie is voor een multidisciplinaire aanpak, maar wat ontbreekt zijn heldere werkprocessen voor afstemming van de inzet van het zogenaamde voorveld in relatie tot de (verscheidenheid aan) hulpverlening.

Samenwerking vindt iedereen noodzakelijk. Begin met het leren kennen van elkaar, kijk samen naar mogelijkheden in het belang van het kind en geef werkenderwijs het vertrouwen in elkaar de kans om te  groeien. De hele samenleving en ook de hulpverlening is complex geworden. Er is tijdwinst te halen als je niet langs elkaar heen werkt. Het stellen van targets helpt, zoals een maximale doorlooptijd, net als een centrale coördinatie. Anders dan vroeger is het belangrijk om aan te sluiten bij de wensen en mogelijkheden van het gezin zelf. Gelijk passende hulp bieden voorkomt escalatie en onnodige, dure zorgkosten.

Meer weten?

Voor meer informatie en vragen en opmerkingen bij het verslag kunt u contact opnemen met Jet van Haitsma, E j.van.haitsma@jso.nl, T 0182 547730, of Rieneke de Groot, E  r.de.groot@jso.nl, T 0182 547762, beiden adviseur bij JSO.

Voor meer informatie over de meldcode verwijzen wij u graag naar onze meldcodepagina.

Dossiers:Kindermishandeling

Geplaatst: 08 november 2012


Deel deze pagina: 
Print Doorsturen Maak pdf