De samenwerkingspartners
De BSO heeft al een lange traditie in samenwerking. Uiteraard werkt de BSO altijd samen met een of meerdere scholen. Daarnaast wordt steeds vaker samengewerkt met andere partners.
Dit heeft te maken met het feit dat de BSO vaak een kernpartner is binnen de brede school. Maar ook zonder een brede schoolverband is de BSO steeds op zoek om de opvang aantrekkelijk te maken voor de kinderen. Met name de oudere kinderen vragen een uitdagend en aantrekkelijk activiteitenaanbod. Dit is beter te realiseren door de activiteiten van verschillende partners te combineren.
In plattelandsgebieden, waar vaak minder voorzieningen zijn, werkt de BSO samen met freelancers of vrijwilligers die activiteiten aanbieden op de BSOlocatie.
Uit een onderzoek van de MOgroep in 2006 blijkt dat het merendeel van de kinderopvangorganisaties die bij de MOgroep is aangesloten samenwerkt met andere partners. Deze partners zijn met name: scholen, sportverenigingen, welzijnswerk, bibliotheken en muziekscholen.
De basisschool
Buitenschoolse opvang is niet los te zien van de basisschool. De samenwerking tussen scholen en BSO bestaat al ruim 30 jaar. Termen als sleutelkinderenopvang en schoolkinderenopvang werden in deze beginperiode gebruikt. Inmiddels is door de uitvoering van de motie Van Aartsen/Bos elke school genoodzaakt om over buitenschoolse opvang na te denken en op verzoek van ouders ook opvang te regelen. Dit heeft de relatie tussen onderwijs en buitenschoolse opvang verstevigd.
Veel organisaties voor buitenschoolse opvang zien de Wet Buitenschoolse Opvang (uitvoering van de Motie Van Aartsen/Bos) als een kans om de samenwerking met de scholen te versterken. Ook binnen brede schoolverband en dagarrangementen vormen de scholen en de buitenschoolse opvang vaak de kern van het samenwerkingsverband.
Hoewel er een lange traditie bestaat van samenwerking verloopt de samenwerking nog lang niet in alle gevallen vlekkeloos. Knelpunten zijn: cultuurverschillen, verschil in pedagogische aanpak, communicatie, delen van ruimtes, aansprakelijkheid, enz.
Naast deze knelpunten zijn er inmiddels steeds meer voorbeelden van goed lopende samenwerking.
In het najaar van 2005 heeft de Werkgroep Onderwijs Kinderopvang (WOK) diverse adviezen uitgebracht over de regeling buitenschoolse opvang naar aanleiding van de Motie Van Aartsen/Bos.
In de Werkgroep Onderwijs Kinderopvang participeren de werkgevers- en werknemersorganisaties uit het onderwijs en de kinderopvang en de ouderorganisaties. De werkgroep wil bijdragen aan een realistische en verantwoorde uitvoering van het beleid met betrekking tot buitenschoolse opvang en de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang versterken.
10 Adviezen Werkgroep Onderwijs Kinderopvang
Samenwerkingscontracten
De samenwerking tussen de BSO en de school wordt formeel vastgelegd in samenwerkingscontracten.
U vindt hier drie verschillende voorbeelden van samenwerkingscontracten. De contracten verschillen in structuur en opbouw. Daarnaast zijn er ook inhoudelijke verschillen. U kunt zelf kijken welk contract het beste bij uw situatie past.
Websites
- Brede School
- Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Nederlands Jeugdinstituut
- MOGroep
- Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang
- Vereniging voor Openbaar Onderwijs
De tussenschoolse opvang
Tussenschoolse opvang, vaak meer bekent als 'de overblijf', wordt steeds vaker georganiseerd door de BSO en vormt een essentieel onderdeel van de Brede school. Ongeveer de helft van de basisschoolkinderen in Nederland eet tussen de middag op school. Dit komt neer op ruim een miljoen kinderen. Op iedere basisschool blijven kinderen dus over en worden daar opgevangen door overblijfkrachten, vaak ouders, leid(st)ers van de buitenschoolse opvang en soms door de leerkrachten zelf. De tussenschoolse opvang is niet meer weg te denken in deze tijd. Voor meer informatie klik hier.
Websites
- Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Expertisecentrum Verantwoord overblijven
- Instituut voor Ontwikkeling van Schoolkinderopvang
Samenwerken met andere organisaties
Naast de samenwerking met de school werkt de buitenschoolse opvang vaak nauw samen met organisaties die iets te bieden hebben voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Deze samenwerking heeft verschillende redenen. Een van de redenen is dat met name oudere kinderen behoefte hebben om allerlei vaardigheden te leren die beter door een andere organisatie dan de BSO kan worden aangeboden. Bijvoorbeeld zwemles door de zwemvereniging, hockey door de hockeyclub en kookles door een kinderwerker van het buurthuis.
Een tweede reden is dat ouders steeds meer vragen naar een breder activiteitenaanbod waarin bijvoorbeeld ook de zwemlessen zijn opgenomen. Voor ouders betekent dit dat de combinatie arbeid en zorg enigszins verlicht wordt omdat een deel van de activiteiten van de kinderen binnen de BSOtijd plaats vindt.
Er zijn tal van organisaties waarmee de BSO samenwerkt. Het voert te ver om ze allemaal te benoemen. Het gaat onder andere om organisaties op het terrein van welzijn, zorg, cultuur en sport.
Een voorbeeld van een BSO die samenwerkt met verschillende organisaties vindt u hier.
Als een BSO wil gaan samenwerken met andere voorzieningen zoals een sportvereniging, scouting, dansschool of het locale creativiteitscentrum, komt vroeg of laat het onderwerp zelfstandigheid van kinderen prominent op de agenda. Als kinderen zelfstandig naar activiteiten gaan, vergroot dat de mogelijkheden voor de BSO om samen te werken met andere jeugdvoorzieningen.
Samenwerking met het sociaal-cultureel werk
Een van de aanbieders van activiteiten voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar is het kinderwerk. Kinderwerk is een onderdeel van het sociaal-cultureel werk. Het kinderwerk richt zich op de vrijetijdsbesteding van kinderen van deze leeftijdsgroep. De begeleiding gebeurt vaak door vrijwilligers en de prijs voor deelname is laag. Er zijn steeds meer initiatieven tot samenwerking tussen de BSO en het sociaal-cultureel werk, met name in brede schoolverband ziet men deze samenwerking vaak ontstaan.
Websites
Samenwerken met speeltuinverenigingen
De BSO en de speeltuinvereniging kunnen veel aan elkaar hebben. De buitenschoolse opvang profiteert van de speelomgeving, terwijl de speeltuinvereniging kan profiteren van de pedagogische kennis van de pedagogisch medewerkers. Gezamenlijk overleg tussen de vrijwilligers en de pedagogisch medewerkers kan effect hebben op de kwaliteit van de activiteiten van beide organisaties. Bovendien kunnen voor beide voorzieningen financiële voordelen ontstaan. De BSO hoeft geen enorme bedragen te investeren in huisvesting en speelvoorzieningen buiten. Voor de speeltuinvereniging betekent het onderdak bieden aan een centrum voor buitenschoolse opvang een extra inkomen.

Praktijkvoorbeelden
BSO ’t Kasteel werkt nauw samen met de speeltuinvereniging en deelt samen een gebouw. Gerda Oomkes vertelt over haar ervaringen.
Voorbeeld van een gebruikersovereenkomst tussen de BSO en de speeltuinvereniging Westerhonk. Diverse BSO's maken gebruik van deze speeltuinvereniging in Delft.
Websites en literatuur
•Speelruimte Nederland
•Publicatie Buitenschoolse opvang in de speeltuin, 5 voorbeelden van samenwerking
Dijk, M. van, A. Winsemius (2000)
Deze uitgave is niet meer te bestellen. U kunt deze publicatie gratis downloaden.
Samenwerking met sportorganisaties
Vanuit de rijksoverheid is er de laatste jaren veel aandacht voor sportstimulering. Ook voor de koppeling sport, school en naschoolse activiteiten is in 2006 een actieplan ontwikkeld. Een belangrijk doel is om sportverenigingen te laten samenwerken met scholen en organisaties voor naschoolse opvang om kinderen op jonge leeftijd in contact te brengen met sport.
Er ontstaat steeds meer samenwerking tussen de BSO en sportverenigingen. De accommodatie van de sportvereniging is tegelijkertijd BSOruimte. De BSOkinderen gebruiken de sportmogelijkheden van de vereniging.
De sportieve BSO: SportZ
SportZ is een erkende BSO in Nijmegen die voldoet aan gemeentelijke kwaliteitseisen en dezelfde tarieven hanteert als bestaande BSO‘s.
In september 2007 is SportZ gestart op drie locaties. Op elke locatie is een supervisor, een gastvrouw en een pedagogisch medewerker aanwezig. De supervisor wordt ondersteund door stagiaires van het CIOS en waar mogelijk door trainers van de verenigingen. Er wordt op drie middagen per week opvang geboden. Het is de bedoeling dat er steeds meer locaties komen en dat steeds meer verenigingen (met verschillende sporten) zich gaan aansluiten. Het uiteindelijke doel is dat in 2010 in heel Nijmegen een naschools sportaanbod is gerealiseerd.
Een ander voorbeeld is de sport-BSO Sprinters van kinderopvangorganisatie B4Kids in Leiden. Klik hier voor meer informatie.
Een dienstverleningsovereenkomst organisatie sportactiviteiten en inzet sportleiders ten behoeve van naschoolse opvang (NSO) van het NISB, Nederlands Instituut voor Sport & Bewegen vindt u hieronder.
Websites en literatuur
- Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen
- Buurt Onderwijs Sport Impuls
- Werk aan een sportieve school is een zeer uitgebreid digitaal handboek bedoeld als praktisch hulpmiddel voor scholen met sportieve ambities. Het handboek is ook zeer bruikbaar voor de BSO voor de organisatie van bijvoorbeeld een sportdag, een circusproject of een beweegweek.
Samenwerking met kunst en cultuurorganisaties
Ook culturele instellingen behoren tot de samenwerkingspartners van de BSO. Als de school en de BSO samen optrekken rond cultuureducatie biedt dat een kans om een verbinding te maken tussen binnen- en buitenschools leren. Bovendien leren de school en de BSO elkaar beter kennen en kunnen zij gebruik maken van elkaars kennis en mogelijkheden. Scholen en BSO’s die aandacht besteden aan cultuureducatie ervaren ook indirecte effecten. Zo komen de ouders vaker naar de instelling voor uitvoeringen en tentoonstellingen van hun kinderen wat een positief effect kan hebben op de ouderparticipatie. In het handboek Brede school van JSO is een heel hoofdstuk gewijd aan kunst en cultuureducatie binnen de brede school en de BSO. Naast de aanpak en ontwikkeling van visie en beleid staan er veel praktijkvoorbeelden beschreven. Een van de voorbeelden is het project Kunstenmakers. Kunstenmakers is in 2006/2007 gedurende zes weken getest door vier brede scholen en BSO’s. Leerkrachten en begeleiders in de BSO maken een keuze uit de activiteiten in het begeleidingsmateriaal die past bij de kinderen. De scholen passen de lessen in in hun weekprogramma. Er kan zowel klassikaal als in groepen gewerkt worden. Voor de BSO biedt het materiaal voldoende flexibiliteit om met wisselende groepen kinderen te werken. Wilt u meer lezen over dit project klik hier.
Websites en literatuur
- Cultuurplein
- Het kunstgebouw
- Kunst en cultuur in de brede school
Een onderzoek naar de randvoorwaarden
Oberon, januari 2008 - Verslag van de werkconferentie kunst en cultuur in de brede school en buitenschoolse opvang
21 november 2007
De bibliotheek
Bijna in elk dorp en elke wijk is wel een bibliotheek. Bibliotheken zijn vaak actief betroken bij (brede) scholen, maar ook zonder brede schoolverband kan de BSO samenwerking zoeken met de bibliotheek. In de gemeente Heerhugowaard komt deze samenwerking goed op gang. Een verslag van deze samenwerking vindt u hier.
Websites en literatuur
- Stichting Lezen
- Bibliotheek en Brede school
- Cultuurplein
Samenwerken met de scouting
Scouting heeft veel te bieden voor de BSO. Zowel op het gebied van huisvesting als inhoudelijke activiteiten is de scouting een aantrekkelijke partner. Scoutingclubhuizen zijn vaak geschikt als locaties voor de BSO.
Websites en literatuur
Samenwerken met zorginstellingen
Samenwerking met zorginstellingen komt nog weinig voor; er zijn voorbeelden van BSO’s die gehuisvest zijn in een verzorgingshuis en waarbij de kinderen soms samen met de ouderen activiteiten doen. Een voorbeeld hiervan staat beschreven in het boek 'Gedeelde werelden' Christina Mercken, NIZW, 1997
Ook ziet men initiatieven tot samenwerking tussen instellingen voor lichamelijk en geestelijk gehandicapte kinderen en de BSO. Meestal gaat het dan om het inhuren van BSOplaatsen voor deze kinderen. Daarnaast zijn er BSOcentra waar kinderen uit het speciaal onderwijs komen. In de brochure 'Persoonsgebonden budget in de kinderopvang' staat beschreven welke mogelijkheden er zijn om extra financiële middelen in te zetten voor de opvangplaats.
In het boek 'Kwetsbare kinderen in de kinderopvang' Jongepier, N. (1999) is een hoofdstuk gewijd aan het samenwerken met andere instellingen.
De instellingen waarmee kan worden samengewerkt worden in drie sectoren onderverdeeld:
•Lokale (eerste lijns) instellingen op het gebied van welzijn en gezondheid, bijvoorbeeld consultatiebureau, GGD, algemeen maatschappelijk werk, sociaal-cultureel werk
•Instellingen op het gebied van jeugdhulpverlening/jeugdzorg, bijvoorbeeld Riagg, ambulante jeugdhulpverlening, medisch kleuterdagverblijf
•Instellingen op het gebied van de gehandicaptenzorg, bijvoorbeeld revalidatiecentrum, sociaalpedagogische dienst en instellingen voor kinderen met een visuele of auditieve handicap
Websites en literatuur
- Kinderopvang voor kwetsbare kinderen
- Samen naar de kinderopvang is een website voor iedereen die met kinderopvang te maken heeft. De website biedt informatie en tips voor de opvang van risicokinderen. Risicokinderen zijn kinderen die specifieke zorg en begeleiding nodig hebben.
- 'Gedeelde werelden' Christina Mercken, NIZW, 1997
Samenwerken met peuterspeelzalen
De samenwerking met het peuterspeelzaalwerk bestaat meestal uit het delen van ruimtes. Als de peuterspeelzaal alleen in de ochtenduren draait bestaat de mogelijkheid voor de BSO om ‘s middags gebruik te maken van de ruimte van de peuterspeelzaal.
Soms is er personele samenwerking. De leidsters van de peuterspeelzaal werken ’s middags in de BSO of verzorgen de voorschoolse opvang. Meer informatie hierover vindt u in het onderdeel personele samenwerking.
Websites
- Landelijk Platform Peuterspeelzalen
Diversen - Wat gaan we doen?
Auteur C. Bogers, C. Overduin
ISBN 9789035229662 een uitgave van Reed Business bv
Wat gaan we doen? Een vraag die pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en leerkrachten in het basisonderwijs zich regelmatig stellen. Die vraag krijgt nu een antwoord in dit praktische en originele boek. Het boek inspireert, geeft ideeën en legt uit hoe je middels netwerken een onuitputtelijke bron van activiteiten kunt aanboren in de omgeving van buitenschoolse opvang en school.

