Aandacht voor zelfstandigheid op de BSO

In dit stuk beschrijven we hoe DAK KINDERCENTRA in Den Haag en omgeving vorm geeft aan zelfstandigheid met hun TOPgroepen. We spraken hierover met Barbara Anrooy (pedagogisch medewerkster op Top de Villa te Rijswijk) en Kok van der Meer (pedagoog).

De TOPgroepen: Tijd voor Ontspanning en Plezier
De TOPgroepen is BSO voor kinderen van acht tot en met twaalf jaar.
“Kinderopvang DAK is met de TOPgroepen van start gegaan in 1998. Voor de oudere kinderen is het van belang om een eigen plek te hebben waar je jezelf mag en kunt zijn. Hun wereld wordt groter, interesses veranderen en zij willen niet meer als klein kind behandeld worden. Zij willen meer zelfstandigheid. Met de TOPgroepen bieden we dit.
Die zelfstandigheid werken we uit in brede aanpak: zelfstandig op pad gaan naar activiteiten, verantwoordelijkheid leren dragen voor de keuze die een kind maakt maar ook zelfstandigheid op het sociale vlak. We spreken bijvoorbeeld af als een groepje naar de kinderboerderij gaat wie dan de leider is. Vanmiddag dobbelden de kinderen daarom, het is elke keer een ander kind. Dat maakt dat we elk kind ook op het sociale vlak ondersteunen in zelfstandigheid en zelfredzaamheid.”

De organisatiestructuur van de groep brengt financiële mogelijkheden met zich mee om activiteiten in te kopen. Twee pedagogisch medewerkers en één groepshulp staan op anderhalve groep (30 kinderen). Elke dag doen ongeveer tien kinderen een activiteit, hetzij op het centrum hetzij op een andere locatie.

TOPgroep in praktijk
“We besteden veel aandacht aan het overgaan van de gewone BSO naar de TOPgroepen. In sommige wijken heeft de BSO voor de oudere kinderen alleen de keuze voor een TOPgroep, in andere wijken kunnen ouders kiezen voor een gewone 8 plus BSO of een TOPgroep.
Bij de ouders van jonge kinderen (vanaf 4 jaar) kaarten we de overstap naar een TOPgroep al aan. Op deze manier is er een lange gewenningstijd."
Kinderen werken naar de TOP toe door middel van 'Op naar de TOP', waarin ze kennis komen maken. Ze krijgen dan een eigen TOPmap. Daarin zitten lijstjes waarop ze kunnen invullen wat ze leuk vinden om in hun vrije tijd te doen.
 
De overstap is voor de kinderen een ritueel waarin de eerste dag naar de TOPgroep goed voorbereid is zoals bovenstaand verhaal aangeeft. Op de eerste dag krijgt het kind de sleutel van zijn locker, wat het ultieme bewijs van zelfstandigheid is.

De kinderen van 8 jaar op de TOPgroep worden nog uit school gehaald door de pedagogisch medewerkers. Kinderen vanaf 9 jaar komen zelfstandig. Na het opbergen van hun spullen, het fruit en de crackers bekijken kinderen het planbord en bepalen de activiteiten waar ze deel aan nemen. Sommige kinderen gaan direct naar een activiteit in de buurt, op de BSO zelf of elders in de stad. De pedagogisch medewerker neemt nog even de afspraken met de kinderen door en zorgt dat zij met de mobiele telefoon op pad gaan.

“Zelfstandigheidtraining is een belangrijk onderdeel van de TOPgroepen. We besteden er dagelijks aandacht aan en onderhouden dit ook. Met de jonge kinderen oefenen we het zelfstandig uit school komen. We geven hen bijvoorbeeld de rol van leider. We bespreken wat je moet doen als er iets vreemds gebeurt, etc. Ook verstoppen we ons soms om te kijken of kinderen de gemaakte afspraken nakomen.”

Natuurlijk zijn er harde afspraken omtrent veiligheid. Altijd dezelfde route lopen, bij elkaar blijven en op elkaar letten maken daar een vast onderdeel van uit. Gaan kinderen naar een activiteit elders, dan bellen ze als ze aangekomen zijn. Als leidsters volgen we de gang van de kinderen. Ook moeten we constant aan het onderwerp zelfstandigheid aandacht blijven besteden. Het bespreken, werken aan het versterken van hun vaardigheden, steekproefsgewijs controleren, etc.”

Rol van de pedagogisch medewerker
In de TOPgroepen wordt er naar de mogelijkheden van het individuele kind gekeken. Groepsleiding gaat met elk kind een band aan en weet wat hem of haar bezighoudt. Er wordt een zo afwisselend mogelijk programma aangeboden. Naast de activiteiten buitenshuis is er ook op de 'thuisbasis' gelegenheid voor kinderen, dat te halen waar ze behoefte aan hebben. Kinderen worden intensief begeleid naar zelfstandigheid. Vanaf negen jaar komen kinderen zelfstandig naar de opvang en gaan zij zelfstandig naar activiteiten. Dit vraagt vertrouwen in groepsleiding, kinderen en ouders. Maar ook vertrouwen van kinderen, groepsleiding en ouders.

Een leidster aan het woord
“Mijn rol als leidster is echt anders. Ik ondersteun kinderen in hun zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Dit betekent loslaten, loslaten en nog eens loslaten. We geven de kinderen echt veel ruimte. Je moet hen vertrouwen. Steeds weer ondersteunen en stimuleren  dat ze met hun ervaringen, belevenissen en vragen komen. Ook als iets niet gelukt is, niet leuk was of iets anders is verlopen. Positief ingaan op  hun ervaringen is een must. Omdat je ze anders niet kan vertrouwen dat ze het tegen je zeggen als er echt iets mis is gegaan. Maar ook om kinderen het vertrouwen te geven dat jij ze steunt door dik en dun. Tegelijk moeten we ook goed beargumenteren waarom we bepaalde regels hebben en ze erop wijzen. Bijvoorbeeld over het omgaan met geld, bij elkaar blijven en een zelfde route lopen naar de BSO. Dat zijn voor ons de harde zaken van veiligheid en daar hameren we steeds op. Helderheid, duidelijk zijn en een consequente aanpak horen hier zeker bij.”

Tot slot enkele tips

  • Investeer veel in ouders en oudercontacten, zodat zij zich voor kunnen bereiden op een BSO waar hun kind veel zelfstandig zal ondernemen.
  • Win het vertrouwen van ouders en behoud dit.
  • Werk aan de zelfstandigheid van de kinderen. Zorg ervoor dat de ruimte voor kinderen steeds groter wordt.

Terug


Deel deze pagina:
Print Doorsturen Maak pdf