Verzekeringen en samenwerking met andere organisaties
Als de BSO kinderen naar een andere locatie laat gaan, bijvoorbeeld naar het buurthuis om daar kooklessen te volgen, dan moet nagegaan worden of de betreffende instelling voldoende verzekerd is. Daarnaast zal gekeken worden naar veiligheidsaspecten zoals het aantal kinderen per begeleider en de inrichting van de ruimte.
Aansprakelijkheid is afhankelijk van veel factoren!
Het is belangrijk te bedenken dat de vraag wie aansprakelijk is, afhankelijk is van de concrete situatie en de in die specifieke situatie geldende geschreven en ongeschreven rechtsregels. Deze verschillen van geval tot geval. Alle relevante factoren spelen daarbij een rol. Het is niet mogelijk hier algemeen geldende richtlijnen voor te geven.
Vraag advies op maat
Heeft u specifieke vragen in verband met uw aansprakelijkheid in een concrete situatie? Vraag het aan uw verzekeringsadviseur, uw werkgeversorganisatie of neem een gespecialiseerde juridische adviseur in de arm.
Vraag
Welke verzekeringen heeft een BSO nodig die samenwerkt met andere organisaties, zoals het buurthuis, speeltuinvereniging, sportvoorzieningen, culturele of kunstzinnige activiteiten, acrobatiek, zwemlessen, etc.? Zijn dit dezelfde verzekeringen als normaal, dus niet anders dan voor een BSO die niet samenwerkt?
Antwoord
De BSO heeft een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een ongevallenverzekering nodig. Aanbevelingswaardig is een rechtsbijstandverzekering voor de zakelijke markt. In principe zijn dit dezelfde verzekeringen die je ook kunt hebben als je niet samenwerkt. Het is wel zo dat als je gaat samenwerken met bijvoorbeeld de fietscrossbaan het belangrijk is na te vragen en te checken of de huidige verzekeringspolis dit wel dekt. Valt dit onder de normale dekking?
Vraag
Een groep kinderen gaat naar de BSO. De school eindigt om 15.00 uur. Een groepje kinderen gaat naar een sportactiviteit die om 15.30 uur begint en zij overbruggen dit half uurtje in de hal van de school. Er zijn met de school hierover geen afspraken gemaakt. Vervolgens gaan ze sporten in de gymzaal van de school onder leiding van de sportvereniging.
Wie is verantwoordelijk als er iets gebeurt tussen 15.00 uur en 15.30 uur?
Antwoord
Dit is afhankelijk van de concrete afspraken tussen BSO en ouder over de zelfstandigheid van de kinderen en het zonder begeleiding naar een sportactiviteit gaan.
De verantwoordelijkheid van de school stopt normaliter om 15.00 uur als de kinderen het klaslokaal verlaten en niet meer onder toezicht van de leerkracht staan.
Vraag
Is de AVB-verzekering van de BSO aanvullend of vervangend op de WA-verzekering van de ouders?
Antwoord
Geen van beide. Je moet kijken wie een onrechtmatige daad heeft begaan en wie daarvoor aansprakelijk is. Verzekering volgt de aansprakelijkheid. De beide verzekeringen dekken verschillende personen en aansprakelijkheden.
Wat als de ouders geen WA-verzekering hebben?
Een eventuele aansprakelijkheid wordt niet beïnvloed door een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid. Dit betekent: ze blijven volgens de wet aansprakelijk en zullen als ze niet verzekerd zijn zelf eventuele schade moeten betalen.
Vraag
Wat voor soort verzekering moet de sportclub hebben waarmee onze BSO samenwerkt?
Antwoord
Een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een ongevallenverzekering.
Vraag
De BSO is gehuisvest binnen de school. Aan de BSO worden veel strengere veiligheidseisen gesteld dan aan de school. Zowel de school als de kinderopvang is verzekerd. Zijn ze niet oververzekerd?
Antwoord
Nee, ingeval er zich een schadeveroorzakende situatie voordoet moet gekeken worden wie het heeft gedaan, in welke hoedanigheid en of een ander wellicht daarvoor aansprakelijk is. Bij een fout van een onderwijzer is de school aansprakelijk. Bij een fout van de BSOmedewerker is de BSO aansprakelijk.
Vraag
Gedurende de BSO neemt een kind deel aan een activiteit (bijv. kookles) in het buurthuis. Een pedagogisch medewerker van de BSO is tijdens de activiteit aanwezig in het buurthuis. Ondanks adequaat toezicht en afdoende voorzorgsmaatregelen gebeurt er een ongeluk waardoor schade ontstaat:
1.Door toedoen van het kind zelf, het kind raakt gewond.
2.Het kind maakt iets kapot in het buurthuis.
3.Een ander kind in het buurthuis maakt iets kapot van het BSOkind.
4.Een medewerker van het buurthuis maakt iets kapot van het kind.
Wie is nu wanneer aansprakelijk voor de schade en welke verzekering moet de schade dekken?
Antwoord
1.De ziektekosten worden vergoed door de zorgverzekeraar van het kind. Als er blijvende letselschade is kan ook de ongevallenverzekering van het buurthuis uitkeren.
2.De AVP van het kind.
3.De AVP van dat andere kind.
4.De aansprakelijkheidsverzekering van het buurthuis.
Verder naar Verzekering van vrijwilligers
Terug naar Inhoudsopgave

