Met eigen vervoer (lopend, met de fiets, fietskar of groepsfiets)

Organiseert de BSO haar eigen vervoer dan moet zij met aansprakelijkheid rekening houden.

Dit betekent dat zij moet zorgen voor veilig en verantwoord materiaal, deskundige begeleiding en een dekkende aansprakelijkheidsverzekering (zie het onderdeel over verzekeringen bij vervoer).
Als de BSO de kinderen lopend, met de fiets, of fietskar vervoert, moet zij  er op toezien dat dit veilig gebeurt. Kinderen onder de acht jaar moeten op een doelmatige en veilige zitplaats met voldoende steun voor de rug, handen en voeten zitten.
De fiets, fietskar of groepsfiets zelf moet aan veiligheidseisen voldoen. Deze wettelijke regels 'wat hoort er op een fiets' kunt u hier terug vinden.
 
Voor fietsers die in een groep fietsen gelden de normale verkeersregels, er zijn geen specifieke wettelijke regels voor het fietsen met een groep kinderen. In de vragenrubriek op de website van Veilig Verkeer Nederland (VVN) staan wel richtlijnen en adviezen voor het fietsen met een groep kinderen.
De BSO kan een fietsreglement als handvat voor de pedagogisch medewerkers opstellen met duidelijke afspraken rondom het begeleiden van kinderen op de fiets. Daarnaast is het belangrijk dat de pedagogisch medewerkers zelf vaardig zijn in het begeleiden van fietsende kinderen in het verkeer. JSO expertisecentrum voor jeugd, samenleving en opvoeding heeft een ideeënboek gemaakt voor de BSO om kinderen te stimuleren zelfstandig deel te nemen aan het verkeer. Het boek 'Van de achterbank op de fiets' is via de website te bestellen.
Op de website van het Nederlandse Jeugdinstituut is de publicatie 'Vervoer in de Buitenschoolse Opvang', november 2000 te downloaden.

Vraag
Wat moet de pedagogisch medewerker- kindratio zijn bij het ophalen van kinderen uit school?

Antwoord
Deze vraag is lastig te beantwoorden.
De pedagogisch medewerker - kindratio in de BSO is volgens de Beleidsregels kwaliteit :1 : 10. Dit geldt ook voor 8- tot 12-jarigen. Bij deze leeftijdsgroep mag bij een groepgrootte van meer dan 20 kinderen een volwassene ingezet worden die niet aan de opleidingseisen hoeft te voldoen. Deze volwassene telt dan als derde leidster.
Voor het van school halen van de kinderen zijn geen aparte normen vastgelegd. Uitgangspunt is natuurlijk dat dit veilig gebeurt.
Omdat het niet specifiek is vastgelegd, kun je twee kanten op redeneren:

1.Het is niet precies vastgelegd, dus je moet er vanuit gaan dat ook hier de pedagogisch medewerker - kindratio van toepassing is, dus 1 : 10. Je kunt dit zien als een minimumnorm.
2.Omdat er geen specifieke regels voor zijn kun je dit zelf invullen met natuurlijk wel de veiligheid van de kinderen als uitgangspunt. Het is belangrijk goed af te stemmen met zowel pedagogisch medewerkers als de oudercommissie hoe je dit concreet invult. Ook is het van belang om de afspraken op papier te zetten zodat je bij een ongeluk kunt aantonen dat er in redelijkheid alles aan gedaan is om het vervoer veilig te laten verlopen.

Het is aan het kindercentrum zelf om te beslissen welke redenering zij volgt en hoe sterk zij het juridisch afgedekt wil hebben. Bij redenering 1 hoef je wat minder aan te tonen op het moment dat er iets mis gaat. Bij redenering 2 moet je je beter kunnen verantwoorden. Je moet in ieder geval aangeven waarom je de pedagogisch medewerker - kindratio zo hebt gehanteerd en hoe je in relatie daarmee ervoor hebt gezorgd dat het vervoer veilig is.

Bedenk vooraf wat verantwoord is
Twintig kinderen van school afhalen met twee leidsters en gezamenlijk naar de opvangvoorziening lopen zal regelmatig voorkomen. Met twintig kinderen naar de speeltuin in de buurt van de opvang komt mogelijk ook nog voor, afhankelijk van de veiligheid en overzichtelijkheid van de speeltuin en de leeftijd van de kinderen. Een uitstapje naar de dierentuin is echter weer een heel ander verhaal. Met elkaar (leidsters, management en ouders) zal bekeken moeten worden wat men verantwoord vindt. Als je naar uitstapjes van scholen kijkt, zie je die verschillen ook. Met de klas een wandeling in de buurt maken gebeurt vaak met de juf en nog een andere volwassene. Op schoolreisje gaat, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen, vaak één volwassene op zes kinderen mee. Dit betekent dat je altijd per soort uitstapje en de leeftijd van de kinderen bekijkt wat je als organisatie verantwoord vindt. Het is verstandig hier als BSO vooraf over na te denken en dit op papier te zetten.

Uitstapjes
Bij uitstapjes is de BSO verplicht om ervoor te zorgen dat er adequaat toezicht wordt gehouden. Is dit toezicht onvoldoende dan wordt een belangrijke afspraak niet nagekomen. Dit kan betekenen dat de BSO aansprakelijk gesteld kan worden als er tijdens het uitstapje een ongeluk gebeurd.

Protocol bij uitstapjes en bij weglopen
Zorg dat je bij uistapjes duidelijke afspraken maakt met de kinderen. Het kan verstandig zijn om te zorgen dat de kinderen de naam en het telefoonnummer van de BSO bij de hand hebben. Het is handig dat de kinderen weten wat ze moeten doen als ze de pedagogische medewerker kwijt zijn. Daarnaast kun je afspreken dat de kinderen in ieder geval in groepjes bij elkaar blijven.
Loopt een kind van de BSO weg of raakt het kwijt bij een uitje dan moeten alle maatregelen genomen worden die een ouder ook zou nemen. Verder moeten de ouders direct worden ingelicht en men moet uiteraard binnen de mogelijkheden die er zijn, het kind gaan zoeken. Inschakelen van politie kan daarbij noodzakelijk zijn.

Als de BSO passief blijft en er ontstaat schade dan kan zij mede aansprakelijk zijn voor mogelijke schade. Het is verstandig om voor dit soort situaties een protocol te maken, zodat de groepsleiding weet hoe zij moet handelen. Bij eventuele rechtsvervolging kan men dan laten zien wat de afspraken hiervoor zijn.

Verder naar Met eigen vervoer (auto of busje)

Terug naar Inhoudsopgave


 
  
 

 


Deel deze pagina: 
Print Doorsturen Maak pdf