Met eigen vervoer (auto of busje)
Organiseert de BSO haar eigen vervoer dan moet zij met aansprakelijkheid rekening houden.
Dit betekent dat zij moet zorgen voor een dekkende verzekering (zie verzekeringen bij vervoer). Als de BSO de kinderen per auto of busje vervoert, moet zij er op toezien dat dit veilig gebeurt.
Wegenverkeerswet
In de Wegenverkeerswet wordt het vervoer van kinderen in een gewone personenauto (geen taxi) geregeld.
Ook het vervoer met eigen busjes van de BSO valt onder deze wet.
In een auto mogen niet meer kinderen worden vervoerd dan waarvoor de auto is ingericht (o.a. afhankelijk van het aantal autogordels). In een normale personenauto is dit 5 personen inclusief de chauffeur. In een busje is dit veelal 9 personen inclusief de chauffeur.
De Wegenverkeerswet hanteert geen getalsmatige norm ten aanzien van het aantal te vervoeren kinderen. De basisregel is dat de verkeerveiligheid niet in gevaar mag worden gebracht. Belangrijk is natuurlijk wel het aantal personen dat verzekerd is volgens de polisvoorwaarden van de inzittendenverzekering.
Aandachtspunten bij het veilig vervoeren van kinderen in de auto
Autogordels
- Kinderen moeten altijd in een gordel worden vervoerd.
- Personenauto's die na 31 december 1989 in gebruik zijn genomen, moeten voorzien zijn van autogordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen.
- Personenauto's die in gebruik zijn genomen na 1 januari 1971, maar voor 1 januari 1990 moeten voorin voorzien zijn van autogordels.
- Sinds 1999 moeten alle zitplaatsen in touringcars voorzien zijn van veiligheidsgordels.
Het vervoer op de voorstoel
Het is verboden kinderen op de voorstoel van de auto te vervoeren in kinderstoeltjes die in tegenovergestelde rijrichting zijn geplaatst als de airbag niet uitgeschakeld kan worden.
Kinderen tot 18 jaar die in de rijrichting worden vervoerd en kleiner zijn dan 1 meter 35, mogen voorin zitten mits er gebruik wordt gemaakt van een goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel in de vorm van een kinderstoeltje of zitverhoger met of zonder rugleuning.
Als de mogelijkheid bestaat de airbag uit te schakelen: Doen!
De reden is, dat sommige kinderen lichamelijk nog niet zo volgroeid zijn om eventuele schadelijke effecten van de airbag te kunnen doorstaan. Kinderen boven de 1 meter 35 moeten voorin de autogordel gebruiken net als volwassenen. Veilig Verkeer Nederland (VVN) adviseert ook als het kind iets groter is dan 1 meter 35, nog een tijdlang een kinderbeveiligingsmiddel te gebruiken!
Een goede raad van VVN: Gebruik, als het mogelijk is, voor kinderen altijd de achterbank!
Kinderzitjes
Per 1 maart 2006 zijn kinderzitjes verplicht voor kinderen kleiner dan 1.35 m.
Een kinderopvangorganisatie die zelf het vervoer per busje of auto verzorgt valt onder particulier vervoer waarbij de kinderzitjes verplicht zijn. Ter verduidelijking: onder een kinderzitje wordt zowel een stoeltje als een zitverhoger verstaan. Welke gebruikt moet worden is afhankelijk van leeftijd en lengte van het kind.
Meer informatie over het veilig vervoer van kinderen in de auto treft u aan op de website van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en op kinderzitjes.
Verder naar Vervoer per taxi of taxibusje
Terug naar Inhoudsopgave

