Vier werkvormen om de pedagogische dialoog te starten en op gang te houden
Op verschillende manieren kan het gesprek over opvoeden en de manier waarop de organisaties met de kinderen omgaan gestart worden. Hieronder worden 4 werkvormen beschreven:
1. Werkvorm met als uitgangspunt het bestaande beleid van organisaties
- Elke organisatie neemt haar inhoudelijk beleid onder de loep.
- Lees schoolwerkplannen, strategische visiestukken, pedagogisch beleid, etc. na op pedagogische uitgangspunten of doelen en formuleer 3 pedagogische doelen die in alle werkplannen terug te vinden zijn. Vervolgens kiest men 1 pedagogisch doel waarop de eigen organisatie zich wil onderscheiden.
- Vervolgens worden de resultaten van het eigen onderzoek in een werkgroep met afgevaardigden van de organisaties uitgewisseld.
- Bevraag elkaar wat je precies onder de genoemde doelen verstaat. Wees pas tevreden als je je echt een voorstelling kan maken van het pedagogische doel en snapt waarom de ander dit doel zo belangrijk vindt. Vat samen wat de ander zegt en vraag steeds goed door. Bespreek ook eventuele dilemma’s met elkaar.
- Formuleer met elkaar enkele gezamenlijke pedagogische doelen. Geef deze desgewenst een nieuwe naam en maak duidelijk wat er precies onder wordt verstaan.
Zorg dat deze nieuwe termen en de inhoud ook zichtbaar gemaakt worden op een flap-over. - Wissel tot slot de onderdelen uit waar elke organisatie zich op wil onderscheiden. Ontstaan er hierdoor knelpunten? Tegenstrijdigheden?
2. Werkvorm informatie aan ouders geven
Elke medewerker herkent wel een situatie waarbij ouders in een oudergesprek, intake- of kennismakingsgesprek de medeweker om meer toelichting en uitleg vraagt over de pedagogische aanpak. Vaak zijn we gewend om dan in algemene- of vaktermen antwoord te geven.
Het doel van deze werkvorm is om zo duidelijk en concreet mogelijk te vertellen over de pedagogische aanpak.
De groep gaat in tweetallen of drietallen uiteen. Bij drietallen is er een observant.
Eén van de twee leden is zichzelf, in de rol als medewerker / professionele opvoeder. De ander speelt een niet snel tevreden ouder. Niet snel tevreden in de zin van dat de ouder veel, heldere informatie over het pedagogisch handelen op de groep, in de klas of in het buurthuis wil hebben. De ouder vraagt door en nodigt daarmee de beroepskracht uit om te vertellen over het pedagogisch handelen.
3. Werkvorm die uitgaat van de (eigen) waarden in opvoeden
Ontwikkeld door JSO op basis van het waarden en normenspel (P. Gerrickens)
Iedere beroepskracht neemt in zijn handelen zijn eigen waarden mee.
Een waarde is iets dat je belangrijk vindt om na te streven, dat richting geeft aan de omgang met anderen.
Leg de leden van de werkgroep individueel onderstaande lijst van waarden voor.
Vraag hen de vijf belangrijkste waarden te kiezen. Geef daarbij ook de ruimte om een waarde anders te formuleren of een waarde toe te voegen.
| Aandacht | Gehoorzaamheid | Respect |
| Betrouwbaarheid | Gelijkwaardigheid | Schoonheid |
| Bescheidenheid | Humor | Solidariteit |
| Betrokkenheid | Integriteit | Toewijding |
| Collegialiteit | Liefde | Tolerantie |
| Competitie | Loyaliteit | Verantwoordelijkheid |
| Dankbaarheid | Mededogen | Vertrouwen |
| Dienstbaarheid | Onafhankelijkheid | Vrede |
| Discipline | Onthechting | Vrijheid |
| Duidelijkheid | Originaliteit | Zelfstandigheid |
| Eenvoud | Openheid | Zinvolheid |
| Eerlijkheid | Optimisme | Zorgzaamheid |
| Eigenheid | Plezier | |
| Erkenning/ waardering | Rationaliteit | |
| Flexibiliteit | Rechtvaardigheid | |
| Geduld |
Kies uit bovenstaand overzicht de voor jou (maximaal) 5 belangrijkste waarden. Beschrijf of vertel bij elke waarde:
- Wat je precies onder deze term verstaat
- Waarom je deze waarde zo belangrijk vindt
- Hoe je met deze waarde omgaat in je werksituatie
- Hoe zou je deze waarde terug willen zien in de omgang tussen groepsleiding (leerkrachten - buurtwerkers etc.) en kinderen in onze wijk - brede school - dagarrangement?
4. Werkvorm met als uitgangspunt Opvoedingsuitgangspunten
Ontwikkeld door JSO op basis van het opvoedingsspel (P. Gerrickens)
Deze werkvorm kan plenair uitgevoerd worden in een groep tot max. 8 personen. De groep gaat op zoek naar centrale opvoedingsuitgangspunten. Deze geven richting aan de opvoeding en bepalen hoe je wilt handelen.
Maak van onderstaande uitgangspunten kaartjes en leg deze open op tafel. Maak ook een paar blanco kaartjes.
Ieder groepslid heeft een eigen kleur fiche, en legt deze bij de drie belangrijkste uitgangspunten. De kaartjes zonder fiches worden weggehaald.
Ga daarna met elkaar alle kaartjes uitwerken en bespreken. Wees ook hierbij niet gauw tevreden en vraag door!
Ondersteunde vragen kunnen zijn:
- Wat versta je onder dit uitgangspunt?
- Waarvoor is dit voor jou / in jouw situatie (als medewerker) zo belangrijk?
- Wat wil je met dit uitgangspunt bereiken?
- Geef een voorbeeld van het uitgangspunt in praktijk.
- Lukt het om het uitgangspunt in praktijk te brengen? Hoe kan je dat nog verbeteren?
Uitgangspunten
| Alles is bespreekbaar | Je mag zijn zoals je werkelijk bent |
| Ruim je eigen spullen op | Laat de ander merken dat je om hem geeft |
| Doe zelf wat je zelf kunt doen | Samen leuke dingen doen is belangrijk |
| Laat weten waar je bent | Geef aandacht aan elkaar |
| School komt op de eerste plaats | Iedereen is verantwoordelijk voor een goede sfeer |
| Regels moeten zinvol zijn | Goede manieren veraangenamen de omgang met elkaar |
| Regels worden nageleefd | Ga zorgvuldig om met je eigen en andermans spullen |
| Gemaakte afspraken worden nagekomen | Ga zorgvuldig om met persoonlijke informatie |
| Er zijn belangrijkere dingen in het leven dan geld en bezit | Geeft het goede voorbeeld |
| Geef niet meer geld uit dan je hebt | Niet schelden of vloeken |
| Je bent verantwoordelijk voor je gezondheid | Veroorzaak geen overlast of schade |
| Je hebt recht op rust en ontspanning | Ga uit van de goede bedoelingen van de ander |
| Je hebt recht op privacy | Met problemen kun je bij je ouders of opvoeders terecht |
| Je moet wat voor elkaar over hebben | Draag een steentje bij aan het huishouden |
| Ieder wordt gelijkwaardig behandeld | Gevoelens worden serieus genomen |
| Behandel een ander zoals jij zelf behandeld wilt worden | Maak niet overal een probleem van |
| Lichamelijk en psychisch geweld zijn niet toegestaan | Meningsverschillen worden uitgepraat |
| Ieders mening telt | Laat bij ruzie oude conflicten erbuiten |
| Oordeel en veroordeel niet te snel | Wees eerlijk |
| Je moet doen wat je ouders of opvoeders je opdragen | Je mag er uitzien zoals je zelf wilt |
| Je mag zelf kiezen met wie je omgaat | Je krijgt de vrijheid en verantwoordelijkheid die je aankan |
| Je bent verantwoordelijk voor de gevolgen van jouw gedrag | Leer van de fouten die jij en anderen maken |
| Je mag dingen uitproberen | Neem geen onnodige risico’s |
| Een straf past bij de soort en zwaarte van de overtreding | Heb plezier in wat je doet |
| Wees dankbaar voor wat je hebt en geniet daarvan | Gebruik je talenten |
| Handel naar de leefregels van je geloofsovertuiging |

