Competenties en het begeleiden van combinatiemedewerkers
Een combinatiemedewerker werkt vaak met verschillende collega’s, in verschillende werksferen en soms ook met verschillende leeftijdsgroepen. Het betekent veel schakelen en flexibiliteit. Dit vraagt dus iets extra’s van de combinatiemedewerker.
Competentieprofiel combinatiemedewerker
Een competentie is een vermogen dat kennis, inzicht, houding en vaardigheidsaspecten omvat om in concrete taaksituaties doelen te bereiken.
Combinatiemedewerkers hebben op drie terreinen aanvullende competenties nodig om hun taken goed uit te kunnen voeren:
- de beroepspraktijk (omgaan met kinderen);
- samenwerken in twee organisaties (en tussen twee werksoorten);
- professionaliteit (persoonlijke ontwikkeling in het beroep).
Onderstaande cirkel geeft dit in beeld weer:

Welke competenties zijn nodig om in meerdere sectoren te werken?
1.Kinderen begeleiden
De combinatiemedewerker begeleidt kinderen van verschillende leeftijden en in verschillende situaties.
2.Samenwerken
De combinatiemedewerker:
1.kan omgaan met cultuurverschillen tussen organisaties.
2.heeft kennis van de rollen van anderen en kennis van de eigen rollen.
3.Organiseren en plannen
De combinatiemedewerker weet waar problemen moeten worden aangekaart vanuit verschillende werksoorten/organisaties. Hij is in staat een bij het dagarrangement passend activiteitenaanbod – programma te bieden.
4.Zelfstandigheid
De combinatiemedewerker is in staat om zelfstandig te werken en verschillende rollen in meerdere organisaties te vervullen.
5.Verbanden zien
De combinatiemedewerker kan op praktisch gebied (zoals accommodatie, activiteiten en materialen) verbanden tussen de verschillende werksoorten vormgeven.
6.Creativiteit en flexibiliteit
De combinatiemedewerker kan specifieke kennis en kunde inzetten in verschillende situaties.
Voor een uitgebreid competentieprofiel klik hier.

