Visie op samenwerken en combinatiefuncties creëren

  • Doelen van de samenwerking en combinatiefuncties formuleren, zowel voor de eigen organisatie als in het samenwerkingsverband.
  • Combinatiemogelijkheden (huidige en toekomstige) benoemen: waarom deze combinatie(s)? Link leggen met visie en beleid van de organisatie.
  • Combinatiefuncties (gezamenlijk) definiëren: wat verstaan wij onder een combinatiefunctie? Wat betekent het werken in een combinatiefunctie voor ons?
  • Draagvlak en meerwaarde in betrokken organisaties peilen, creëren en vergroten.
  • Onderzoek doen naar de mogelijkheden om een combinatiefunctie te koppelen aan gemeentelijk beleid, bijvoorbeeld in het kader van een Brede school, dagindeling, dagarrangement, etc.

Afspraken maken

Gezamenlijke keuze voor contractvorm en financiële afwikkeling: op welke wijze wordt de medewerker aangesteld?

  • Overeenkomsten in CAO’s doornemen, verschillen in kaart brengen, keuze maken over de aanstelling van de medewerker.
  • Twee arbeidsovereenkomsten en twee werkgevers, met eventueel een onderlinge verbinding in de contracten.
  • Functiewaardering en inschaling.
  • Detacheringovereenkomst afsluiten.
  • Werkgeversinstituut (WGI) inschakelen of een aparte organisatie als personele unie oprichten om medewerkers in dienst te nemen.
  • Gemeente betaalt loonkosten combinatiemedewerker in bijvoorbeeld Brede Schooltraject, onderwijsachterstandenbeleid.
  • Ontheffing van de CAO Kinderopvang of CAO Welzijn.
  • Intern verrekenen van uren.
  • Afspraken maken over het WAO-risico en de risicodekking. In het geval dat één organisatie de medewerker in dienst neemt is deze verantwoordelijk voor het WAO-risico. Zijn hier afspraken over te maken?


Samenwerkingsafspraken maken

  • Zorgen voor vervanging bij ziekte, wie is verantwoordelijkheid voor de vervanging? En de bijkomende kosten?
  • Loondoorbetaling bij ziekte.
  • Opnemen van vakantie en verlof.
  • Arbeidstijdenwet: is er voldoende tijd voor pauzes?
  • Aansprakelijkheidsverzekering.
  • Ziektekosten.

Organisatieculturen bespreken (zachte kant van het werken in verschillende organisaties)

  • Benoemen van de verschillende rollen die bij de verschillende taakonderdelen horen.
  • Verwachtingen formuleren.
  • Cultuur van organisaties uitwisselen.
  • Zelfstandigheid functie: volgend en zelfstandige taakonderdelen combineren zich in één baan.
  • Betrokkenheid combinatiemedewerker bij formele en informele communicatie.

Sta stil bij praktische zaken van werken in twee sectoren, bijvoorbeeld:

  • Momenten van werkoverleg.
  • Opnemen van vakantie en verlof.
  • Secundaire arbeidsvoorwaarden in de twee organisaties.

Het doel hiervan is om te bereiken dat de medewerker in beide organisaties/sectoren een volwaardige medewerker kan zijn en een passende taakbelasting heeft.

Intentie tot realisatie combinatiebanen uitdragen en communiceren in de organisaties

 

  • Beleidslijn en keuzes (onder onderdeel visie) uitdragen in de organisaties, moment van informeren afstemmen.
  • Behoeftepeiling houden onder personeel: zijn er medewerkers die interesse hebben in een combinatiebaan?
  • Communicatieplan opstellen en uitvoeren: wie wordt op welk moment waarover en door wie geïnformeerd?

Profiel maken, procedure opstellen, selectie medewerkers, inwerkplan maken

  • Sollicitatieprocedure beschrijven.
  • Wervingsplan opstellen: waar en hoe werven? Interne werving of externe werving?
  • Beknopte taak- en functieomschrijving maken.
  • Gezamenlijk selectiecriteria opstellen.
  • Vacaturetekst opstellen, gezamenlijk adverteren.
  • Sollicitatiegesprekken voeren.
  • Arbeidsvoorwaardengesprek door de ‘formele’ werkgever.
  • Afspraken maken over opzeggen van één deel van het contract (bij afzonderlijke aanstellingen).
  • Inwerkplan maken: kennis maken met beide organisaties, verschillende rollen, verwachtingen bespreken.

Opleiding

  • Competentieprofiel samenstellen: welke kennis, vaardigheden en gedrag zijn cruciaal voor de combinatiemedewerker? Besteed aandacht aan eventuele verschillende combinatiemogelijkheden. Voor een combinatie BSO en sport zijn andere competenties noodzakelijk dan voor een combinatie peuterspeelzaalpedagogisch medewerker en onderwijsassistent.
  • Welke opleiding is nodig voor de functie? Beschrijven benodigde opleiding(en), EVC of aanvullende modules en losse trainingen. Is bijscholing gewenst/noodzakelijk?
  • Welke opleiding wordt voorgeschreven vanuit de CAO’s? Welke bekwaamheden zijn noodzakelijk voor het uitvoeren van de kerntaak?
  • Hoe gaan we meten/toetsen of de toekomstige medewerker deze bekwaamheden bezit? Wat vindt het bestuur (bevoegd gezag) van het aanstellen van de medewerker met een afwijkende opleiding? Bij een combinatie met sport vraagt dit extra aandacht i.v.m. veiligheid.
  • Komen alle medewerkers in aanmerking voor een combibaan? Werken met een oriëntatiemodule. Belangstellingsregistratie. Onderdeel van loopbaanprofielen.
  • Hoe kunnen huidige, capabele medewerkers werkervaring opbouwen in een andere sector? Afspraken maken over meedraaien, training en scholing on the job, een kopcursus, etc.
  • Stagebeleid ontwikkelen.
  • Afspraken maken over de rol van praktijkopleider, zorg dragen voor een aanspreekpunt in de leerperiode.

Informatie voor combinatiemedewerker

  • Informatie verstrekken aan (potentiële) combinatiemedewerker over arbeidsrechtelijke zaken zoals pensioen en belastingen. Wat vraagt specifieke aandacht van een combinatiemedewerker?
  • Verschillende rollen in de functie bespreken, verschillende verwachtingen en omgangsvormen.
  • Aantrekkelijk maken: veel vaardigheden en kennis nodig voor de functie. Wat bieden wij?

Begeleiding van de medewerkers: begeleidingsmodel ontwikkelen

  • Begeleiding combinatiemedewerker. Besteed aandacht aan de verschillende rollen:
    ◦wie is formeel werkgever, welke zaken bespreek je waar? Rol werkgever nader omschrijven;
    ◦wie is aanspreekpunt, werkbegeleider in de verschillende organisaties of sectoren? Waar kan je terecht met werkgerelateerde vragen (voor die ene taak)? Rol werkaanstuurder met verantwoordelijkheden omschrijven.
  • Aandacht besteden aan cultuurverschillen.
  • Voortgang bewaken, ervaringen inventariseren en zo nodig bijsturen. Interviews houden na bijvoorbeeld een jaar.
  • Afspraken maken omtrent onderling contact en afstemming tussen de begeleiders van de medewerker. Bijvoorbeeld tweemaal per jaar een 'driegesprek': dit om te voorkomen dat de medewerker in een spagaat terecht komt.
  • Afspraken over begeleiding van de medewerker, omgaan met 'gewetensvragen'. Bijvoorbeeld in de vorm van coachen of intervisie.
    Afstemmen, ontwikkelen pedagogisch klimaat
  • Bespreken hoe de organisatie/sector met kinderen omgaat, vanuit welke visie? Dit uit zich bijvoorbeeld in regels, aanpak, zelfstandigheid, etc. Aandacht besteden aan vrije tijd (BSOtijd), onderwijs (formeel leren) en Brede schoolactiviteiten (informeel leren) en wat dit inhoudt voor de omgang met kinderen.
  • Gezamenlijk omgangsregels ontwikkelen.
  • In geval van gezamenlijk ruimtegebruik: afstemmen van regels in de ruimte op elkaar.
  • Hoe gaan we om met ouders en ouderbetrokkenheid?
    Evalueren en bijsturen
  • Periodiek evalueren (eenmaal per jaar), zowel in de eigen organisatie als in het samenwerkingsverband: doelen, meerwaarde, veranderende visie en aanpak in organisaties, meerwaarde combinatiefunctie, gezamenlijk pedagogische klimaat, behoud personeel, etc.
  • Zijn er maatschappelijke veranderingen te verwachten die invloed hebben op de samenwerking? Kansen die zich voordoen, veranderend beleid vanuit de gemeente of landelijke overheid, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, etc.
  • Samenwerking: afspraken en contractvorm bijsturen.
  • Periodiek gesprekken voeren met de medewerkers.
  • Aandacht besteden aan samenwerking in de teams waar een combinatiemedewerker werkt: heeft de medewerker voldoende tijd om ook zijn organisatorische werkzaamheden uit te voeren? Denk aan voorbereidingen, deelname aan teamoverleg en scholing, oudercontacten, etc. Of komen deze algemene taken op de collega’s neer?
    Consolideren van de functie
    Zijn de ervaringen van alle partijen positief en levert het een (aantoonbare) meerwaarde op, zorg dan voor het structureel maken van de inzet van de medewerking en de samenwerking tussen de organisaties. Blijf ook in de structurele fase periodiek evalueren en bijsturen.


Terug
 
  
 

 


Deel deze pagina:
Print Doorsturen Maak pdf