24 Praktische tips van BSO Schateiland met betrekking tot buitenschoolse opvang in klaslokalen

24 Praktische tips van BSO Schateiland met betrekking tot buitenschoolse opvang in klaslokalen

Indien mogelijk moet er al in de ontwerpfase rekening gehouden worden met BSO in het schoolgebouw. De voorkeur gaat altijd uit naar eigen BSOlokalen, aangezien het van wezenlijk pedagogisch belang is dat kinderen zich na school in een vrijetijdssituatie gaan ophouden. Een standaard klaslokaal van een school met gemiddeld twintig tot vijfentwintig tafels en stoeltjes biedt geen mogelijkheden tot vrijetijdsbesteding. Wanneer een aparte ruimte niet mogelijk is, moet gezocht worden naar flexibiliteit en mobiliteit van de inrichting van het lokaal. De voorkeur gaat dan uit naar lokalen, die gemakkelijk om te vormen zijn naar vrije tijd, bijvoorbeeld kleuterlokalen voor de jongere BSOkinderen of naar een handvaardigheids- of overblijflokaal. Een gewoon klaslokaal vraagt een flink interne verhuizing/verschuiving van meubilair en is een fysiek (te) zware belasting voor de pedagogisch medewerkers.

  1. Meubilair op wielen, zoals een bank, kasten op wielen om speel- en themahoeken te creëren zoals een rust- en relaxruimte voor kinderen.
  2. Denk ook aan (zit-)kussens en kleden om hoeken te maken.
  3. Gebruik verrijdbare kratten en kisten voor speelgoed.
  4. Gebruik gangen en kleine hoekjes, bijvoorbeeld onder een trap. De kleine hoekjes zijn voor kinderen in de vrije tijdssituatie bij uitstek geschikt om lekker te spelen of te relaxen.
  5. Stapelbare krukken (eventueel verrijdbaar op een plateau) zijn handig en ergonomisch voor personeel goed te verplaatsen.
  6. Er moet een eigen plek zijn voor het BSOpersoneel, liefst een eigen kantoortje of teamruimte, waar spullen goed en veilig opgeborgen kunnen worden. Hier kunnen eventueel ook oudergesprekken worden gevoerd. Wanneer dit niet mogelijk is, is een mobiele, afsluitbare kantoorkast/-meubel een optie.
  7. Er is voldoende bergruimte voor voorraden gewenst.
  8. Er moet een keukenruimte (evt. medegebruik met de school) zijn waar gekookt kan worden op marge- en vakantiedagen. Er moet een grote koelkast zijn voor bederfelijke producten.
  9. Er moeten mogelijkheden zijn voor eigen telefoon- en computeraansluitingen.
  10. Wanneer er geen gezamenlijk gebruik van computers mogelijk is, zal de BSO eventueel met laptops moeten werken.
  11. In de klassen moeten eigen BSOkasten, planken en prikborden kunnen staan.
  12. Middels kleurgebruik van kasten, planken en prikborden kan duidelijk aangegeven worden wat van school is en wat van de BSO (bijvoorbeeld de rode kast, planken en prikbord zijn van school en de blauwe van de opvang).
  13. Er moet ruimte zijn om buitenspeelmateriaal op te slaan, dan wel materiaal te delen.
  14. Is de buitenspeelruimte na schooltijd exclusief voor de BSO of is het plein ook voor de buurt toegankelijk? Wanneer ook buurtkinderen op het plein kunnen spelen vraagt dit om extra regels en toezicht van de pedagogisch medewerkers.


Daarnaast moeten er afspraken gemaakt worden over:

  1. Einde schooldag en begin BSOtijd: wanneer kan het BSOpersoneel in het lokaal om spullen klaar te zetten? In deze situatie kon het BSOpersoneel al rustig het lokaal in om voor te bereiden, terwijl de groep nog in de kring zat voor de afsluiting van de dag.
  2. Hoe snel is het klaslokaal beschikbaar en zijn er geen ouders, kinderen en teamleden van school meer? Kan de groepsleerkracht nog even blijven opruimen of werk van kinderen nakijken in de eigen ruimte? Leerkrachten en pedagogisch medewerkers stelden zich flexibel op van twee kanten en was enige overlap geen probleem.
  3. Hoe laten beide gebruikers het lokaal achter aan het einde van hun werkdag? Uiteraard dient ieder de eigen spullen op te ruimen of dit in overleg met de volgende gebruiker af te stemmen.
  4. Er moeten goede afspraken gemaakt worden rond het openen en sluiten van het gebouw, ook in vakanties en op margedagen (sleutels, alarmcodes en noodnummers).
  5. Is er een overdrachtsschrift gewenst met betrekking tot de ruimte? Bijvoorbeeld om te melden dat bepaalde spullen kapot zijn.
  6. Veiligheids-/brandweereisen van school zijn anders dan die van de kinderopvang (bijvoorbeeld: is de nood-/transparantverlichting noodzakelijk aan het einde van de dag?). Zijn er aanpassingen nodig? Kinderopvang dient een enkele aanpassing te doen volgens de voorschriften die voor hen gelden.
  7. De schoonmaak van het lokaal door het schoonmaakbedrijf (lokaal en toiletten worden intensiever en langer gebruikt); de meerkosten worden gedeeld of verdisconteerd in een andere post.
  8. Delen van materialen: welke spullen kunnen gedeeld worden? Denk aan: creatieve- en schrijfmaterialen (scharen, prikmatten, etc.), computers (hoe zit het met het netwerken en internettoegang?), buitenspelmateriaal (fietsen, stepjes, skeelers). Wanneer spullen gedeeld kunnen worden, scheelt dit in de (aanschaf- en onderhouds)kosten.
  9. Structureel overleg tussen groepsleerkracht en BSOteam over het medegebruik is noodzakelijk.
  10. Wanneer de BSO kinderen van verschillende scholen opvangt, is het noodzakelijk margedagen af te stemmen. Als een school vrij is, maar de school waar de opvang huist niet, is het klaslokaal niet voor BSO beschikbaar en moet een oplossing gevonden worden voor de kinderen die wel vrij hebben en naar de opvang komen.

Terug

Indien mogelijk moet er al in de ontwerpfase rekening gehouden worden met BSO in het schoolgebouw. De voorkeur gaat altijd uit naar eigen BSOlokalen, aangezien het van wezenlijk pedagogisch belang is dat kinderen zich na school in een vrijetijdssituatie gaan ophouden. Een standaard klaslokaal van een school met gemiddeld twintig tot vijfentwintig tafels en stoeltjes biedt geen mogelijkheden tot vrijetijdsbesteding. Wanneer een aparte ruimte niet mogelijk is, moet gezocht worden naar flexibiliteit en mobiliteit van de inrichting van het lokaal. De voorkeur gaat dan uit naar lokalen, die gemakkelijk om te vormen zijn naar vrije tijd, bijvoorbeeld kleuterlokalen voor de jongere BSOkinderen of naar een handvaardigheids- of overblijflokaal. Een gewoon klaslokaal vraagt een flink interne verhuizing/verschuiving van meubilair en is een fysiek (te) zware belasting voor de pedagogisch medewerkers.

1.Meubilair op wielen, zoals een bank, kasten op wielen om speel- en themahoeken te creëren zoals een rust- en relaxruimte voor kinderen.
2.Denk ook aan (zit-)kussens en kleden om hoeken te maken.
3.Gebruik verrijdbare kratten en kisten voor speelgoed.
4.Gebruik gangen en kleine hoekjes, bijvoorbeeld onder een trap. De kleine hoekjes zijn voor kinderen in de vrije tijdssituatie bij uitstek geschikt om lekker te spelen of te relaxen.
5.Stapelbare krukken (eventueel verrijdbaar op een plateau) zijn handig en ergonomisch voor personeel goed te verplaatsen.
6.Er moet een eigen plek zijn voor het BSOpersoneel, liefst een eigen kantoortje of teamruimte, waar spullen goed en veilig opgeborgen kunnen worden. Hier kunnen eventueel ook oudergesprekken worden gevoerd. Wanneer dit niet mogelijk is, is een mobiele, afsluitbare kantoorkast/-meubel een optie.
7.Er is voldoende bergruimte voor voorraden gewenst.
8.Er moet een keukenruimte (evt. medegebruik met de school) zijn waar gekookt kan worden op marge- en vakantiedagen. Er moet een grote koelkast zijn voor bederfelijke producten.
9.Er moeten mogelijkheden zijn voor eigen telefoon- en computeraansluitingen.
10.Wanneer er geen gezamenlijk gebruik van computers mogelijk is, zal de BSO eventueel met laptops moeten werken.
11.In de klassen moeten eigen BSOkasten, planken en prikborden kunnen staan.
12.Middels kleurgebruik van kasten, planken en prikborden kan duidelijk aangegeven worden wat van school is en wat van de BSO (bijvoorbeeld de rode kast, planken en prikbord zijn van school en de blauwe van de opvang).
13.Er moet ruimte zijn om buitenspeelmateriaal op te slaan, dan wel materiaal te delen.
14.Is de buitenspeelruimte na schooltijd exclusief voor de BSO of is het plein ook voor de buurt toegankelijk? Wanneer ook buurtkinderen op het plein kunnen spelen vraagt dit om extra regels en toezicht van de pedagogisch medewerkers.
 
Daarnaast moeten er afspraken gemaakt worden over:

1.Einde schooldag en begin BSOtijd: wanneer kan het BSOpersoneel in het lokaal om spullen klaar te zetten? In deze situatie kon het BSOpersoneel al rustig het lokaal in om voor te bereiden, terwijl de groep nog in de kring zat voor de afsluiting van de dag.
2.Hoe snel is het klaslokaal beschikbaar en zijn er geen ouders, kinderen en teamleden van school meer? Kan de groepsleerkracht nog even blijven opruimen of werk van kinderen nakijken in de eigen ruimte? Leerkrachten en pedagogisch medewerkers stelden zich flexibel op van twee kanten en was enige overlap geen probleem.
3.Hoe laten beide gebruikers het lokaal achter aan het einde van hun werkdag? Uiteraard dient ieder de eigen spullen op te ruimen of dit in overleg met de volgende gebruiker af te stemmen.
4.Er moeten goede afspraken gemaakt worden rond het openen en sluiten van het gebouw, ook in vakanties en op margedagen (sleutels, alarmcodes en noodnummers).
5.Is er een overdrachtsschrift gewenst met betrekking tot de ruimte? Bijvoorbeeld om te melden dat bepaalde spullen kapot zijn.
6.Veiligheids-/brandweereisen van school zijn anders dan die van de kinderopvang (bijvoorbeeld: is de nood-/transparantverlichting noodzakelijk aan het einde van de dag?). Zijn er aanpassingen nodig? Kinderopvang dient een enkele aanpassing te doen volgens de voorschriften die voor hen gelden.
7.De schoonmaak van het lokaal door het schoonmaakbedrijf (lokaal en toiletten worden intensiever en langer gebruikt); de meerkosten worden gedeeld of verdisconteerd in een andere post.
8.Delen van materialen: welke spullen kunnen gedeeld worden? Denk aan: creatieve- en schrijfmaterialen (scharen, prikmatten, etc.), computers (hoe zit het met het netwerken en internettoegang?), buitenspelmateriaal (fietsen, stepjes, skeelers). Wanneer spullen gedeeld kunnen worden, scheelt dit in de (aanschaf- en onderhouds)kosten.
9.Structureel overleg tussen groepsleerkracht en BSOteam over het medegebruik is noodzakelijk.
10.Wanneer de BSO kinderen van verschillende scholen opvangt, is het noodzakelijk margedagen af te stemmen. Als een school vrij is, maar de school waar de opvang huist niet, is het klaslokaal niet voor BSO beschikbaar en moet een oplossing gevonden worden voor de kinderen die wel vrij hebben en naar de opvang komen.

Terug

 
  
 

 


Deel deze pagina: 
Print Doorsturen Maak pdf