Kindermishandeling
Uit onderzoek blijkt dat in 2007 107.200 kinderen tussen 0 en 17 jaar slachtoffer waren van kindermishandeling (Van IJzendoorn, Prinzie e.a. 2007). Ander onderzoek spreekt zelfs over 160.700 kinderen (Lamers-Winkelman, 2007). Ruim 80% van de mishandelde kinderen heeft te maken met fysieke en emotionele verwaarlozing; bij een kwart van de kinderen is sprake van fysieke en/of seksuele kindermishandeling.
Kindermishandeling manifesteert zich in verschillende vormen.
Enkele cijfers:
- 4 tot 11% van de kinderen tot tien jaar is ooit slachtoffer geweest van lichamelijk geweld, 1 tot 3% is slachtoffer geweest van seksueel geweld (Van Dijk, 1997);
- In 2007 zijn naar schatting 40 tot 80 kinderen overleden aan de gevolgen van kindermishandeling;
- In 2007 is 50.575 keer een vermoeden van kindermishandeling gemeld bij een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), een stijging van 21% ten opzichte van 2006.
Huiselijk geweld
Huiselijk geweld is fysiek, geestelijk en seksueel geweld dat gepleegd wordt door iemand uit de huiselijke kring. Kindermishandeling is dan ook een vorm van huiselijk geweld. Huiselijk geweld is een schokkende ervaring, zeker voor kinderen. Momenteel is er veel aandacht voor de aanpak voor huiselijk geweld. De 35 centrumgemeenten hebben de regierol bij de Aanpak Huiselijk Geweld. In de regio's wordt hier al een aantal jaar aan gewerkt.
RAAK
Om regionaal een sluitende aanpak voor kindermishandeling in te voeren heeft het programmaministerie voor Jeugd en Gezin een actieplan opgesteld: de Regionale Aanpak Kindermishandeling (RAAK). De komende tijd wordt RAAK landelijk uitgerold. Aan 35 centrumgemeenten, zoals benoemd bij de Aanpak Huiselijk Geweld, is gevraagd de implementatie van de RAAK-methode te regisseren. Per centrumgemeente heeft een regionale coördinator geïnventariseerd welke activiteiten rond kindermishandeling al plaatsvinden, wat overlapt en wat nog ontbreekt. Vervolgens is samen met alle betrokken lokale en regionale partners een werkplan opgesteld, waarin de acties worden beschreven om tot een sluitende aanpak te komen. Bijvoorbeeld door met een gezamenlijke meldcode te werken of actief een gezamenlijke scholingsprogramma aan professionals aan te bieden.
Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Iedere beroepskracht, die direct of indirect met kinderen werkt, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen en stoppen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarvoor hebben de ministeries van VWS en Jeugd & Gezin de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voorbereid. Eind 2010 moeten alle beroepskrachten in Nederland werken met de meldcode.
70% van de meldingen bij het AMK wordt gedaan door mensen die de kinderen beroepshalve kennen. Daarom hebben beroepskrachten een essentiële rol bij het signaleren van zorgen. Deze signalen kunnen allerlei oorzaken hebben. Bij een vermoeden van kindermishandeling is het belangrijk als professionals eigen verantwoordelijkheid nemen en durven handelen. Daarom heeft JSO op basis van het landelijk model voor verschillende doelgroepen een branchegerichte meldcode ontwikkeld. Deze vervangt het bestaande protocol kindermishandeling.
Implementatie
Naast het invoeren van protocollen is het van belang dat beroepskrachten hun verantwoordelijkheid durven nemen in het belang van het kind. Beroepskrachten moeten dan ook in een vroegtijdig stadium een goede inschatting kunnen maken van de zorgen en over de vraadigheden beschikken om zorgsignalen bij ouders bespreekbaar te maken. Daarvoor heeft JSO een breed aanbod aan scholing ontwikkeld, onder meer op het gebied van signaleren & handelen en gespreksvaardigheden. Daarnaast coördineert JSO een aantal regionale Kenniskringen Kindermishandeling.
