U bevindt zich hier:

Op welke manier wordt er geregistreerd in het CJG en hoe monitor je de effectiviteit en kwaliteit?

Op landelijk niveau is er in juli 2010 een basisset prestatie-indicatoren ontwikkeld voor het beoordelen van het functioneren van het CJG.

Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) vormt een samenwerkingsverband waarin zorg, ondersteuning en diensten voor jeugdigen, ouders en organisaties samenkomen en in onderlinge samenhang worden aangeboden. Gemeenten willen weten wat het bereik is van het CJG, de effectiviteit en de mate van tevredenheid over het CJG door gebruikers.

Doelstelling metingen

Het algemene doel van periodieke metingen is inzicht te krijgen in het functioneren van het CJG en de effectiviteit van het CJG.
Doelstelling van het CJG is dat jongeren en gezinnen met opgroei- en opvoedproblemen of vragen hun weg weten te vinden naar de niet-geïndiceerde voorzieningen voor de doelgroep van -9 maanden tot 23 jaar. Hieraan is de doelstelling gekoppeld dat jongeren en gezinnen daardoor minder een beroep doen op de geïndiceerde zorg van Bureau Jeugdzorg.
De volgende stap is om indicatoren vast te stellen op basis waarvan het functioneren van het CJG en de effectiviteit van het CJG kan worden gemeten.

Prestatie-indicatoren CJG

Op landelijk niveau is er in juli 2010 een basisset prestatie-indicatoren ontwikkeld voor het beoordelen van het functioneren van het CJG.
Voor de ontwikkeling van de prestatie-indicatoren is een beleidskader opgesteld op basis van de ambitie en kerndoelstellingen die op landelijk niveau zijn geformuleerd ten aanzien van ‘alle kansen voor alle kinderen’.

Wat betreft het ambitieniveau wordt ingezet op:

  • preventie: het voorkomen van problemen door het bieden van positieve steun en voegsignalering
  • eigen kracht: de eigen kracht van jeugdigen, gezinnen en de buurt versterken en optimaal benutten
  • samenwerking: niet vrijblijvende samenwerking tussen professionals draagt bij aan adequate en passende hulp en zorgcoördinatie.

De kerndoelstellingen richten zich op de volgende beleidsthema’s:

  • het realiseren van een CJG met een fysiek inlooppunt
  • de vijf functies van de Wmo met betrekking tot opgroei- en opvoedingsondersteuning (prestatieveld 2)
  • jeugdgezondheidszorg
  • de afstemming van het CJG met onderwijs en jeugdzorg

Aan de hand van dit beleidskader zijn vervolgens prestatie-indicatoren geformuleerd die de prestaties van het CJG in kaart brengen. De prestatie-indicatoren meten niet de resultaten van de afzonderlijke kernpartners, maar de overstijgende effecten van samenwerking in het CJG. Hierbij is een onderscheid gemaakt in noodzakelijke en gewenste indicatoren. De noodzakelijke indicatoren vormen de basisset voor elke gemeente die – desgewenst – in te vullen is naar lokale behoefte: er kunnen binnen de set prioriteiten worden gesteld en/of indicatoren worden toegevoegd.
Wij sluiten bij het opstellen van de indicatoren zoveel mogelijk aan bij de basisset prestatie-indicatoren. Op dit moment geeft de basisset alleen aan wat er gemeten moet worden, niet hoe er gemeten moet worden.

Indicatoren

Op grond van de basisset prestatie-indicatoren zijn de volgende indicatoren geoperationaliseerd.

  1. Voor hoeveel ouders/verzorgers, jeugdigen en professionals is het bekend waar ze terecht kunnen voor informatie en advies over opvoeden en opgroeien?
  2. Hoeveel bezoekers hebben van het CJG gebruik gemaakt en welk soort contact?
  3. Hoeveel en welke type van vragen zijn aan het CJG gesteld?
  4. Hoeveel jeugdigen komen per jaar terecht in de geïndiceerde zorg?
  5. Zijn ouders/verzorgers, jeugdigen en professionals tevreden over het aanbod van het CJG en wat zijn verbeterpunten?
  6. Hoe verloopt de samenwerking tussen de kernpartners en is er sprake van een sluitende aanpak?

Deel deze pagina: 
Print Doorsturen Maak pdf