Bewoners krijgen meer keuzevrijheid en zorginstellingen kunnen meer rekening houden met de woonwensen van cliënten.
Op dit moment krijgen landelijk ongeveer 260.000 mensen intramurale AWBZ-zorg, waarbij hun zorg- en huisvestingskosten worden bekostigd uit de AWBZ. Het kabinet heeft ervoor gekozen om vanaf 2014 wonen en zorg te gaan scheiden. Dit houdt in dat cliënten zelf de betaling van hun huurlasten regelen. De overgang naar scheiden van wonen en zorg wordt gefaseerd ingevoerd. De bedoeling is dat bewoners van instellingen zo meer keuzevrijheid krijgen en dat er meer huisvestingsvarianten zullen ontstaan om tegemoet te komen aan hun wensen.
Woningcorporaties en zorgorganisaties krijgen te maken met andere uitgangspunten bij de huisvesting van bewoners met een zorgvraag. De aanspraak op intramurale en extramurale zorg verandert en verantwoordelijkheden voor het aanbod van zorg, wonen en begeleiding verschuiven. Dat staat in de hervormingsplannen van het kabinet over de langdurige zorg voor ouderen, gehandicapten en chronisch psychiatrische patiënten.
Scheiden van wonen en zorg heeft voordelen voor bewoners en zorginstellingen:
Omdat cliënten zelf de woonlasten gaan betalen, hoeven ze straks minder eigen bijdrage aan de zorginstelling te betalen. Bewoners die de woonlasten niet kunnen dragen, komen in aanmerking voor huurtoeslag. Bij de scheiding van wonen en zorg mag de achterblijvende partner er financieel niet op achteruitgaan ten opzichte van het huidige systeem. Ook moeten er voldoende eenpersoonskamers beschikbaar zijn.
Mensen die ervoor kiezen zelfstandig thuis te blijven wonen, krijgen daartoe meer mogelijkheden. De staatssecretaris ziet hier ook een rol voor gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders.
JSO heeft de kennis in huis om deze partijen rondom de scheiding van wonen en zorg te begeleiden in het maken van keuzes voor de toekomst en de totstandkoming van duurzame afspraken en samenwerkingsverbanden.