U bevindt zich hier:

Welke zeggenschap heeft de oudercommissie van de peuterspeelzaal?

Bij de start van de oudercommissie heeft de kinderopvangorganisatie een reglement opgesteld. Dit reglement kan nadat de oudercommissie is gestart, alleen worden gewijzigd met instemming van de oudercommissie.

In het reglement staan onder andere de rechten van de oudercommissie beschreven. Bij grote organisaties is soms ook sprake van een centrale oudercommissie. Is dit het geval, dan staat in het reglement welke bevoegdheden van de plaatselijke oudercommissie zijn gemandateerd naar de centrale oudercommissie.

Wettelijk heeft de oudercommissie op een aantal zaken adviesrecht.
In artikel 2.17 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen staat het adviesrecht van de oudercommissie beschreven.

De tekst is als volgt:

  • De houder stelt de oudercommissie in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit van de houder met betrekking tot:
    • de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 2.6;
    • voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid of gezondheid;
    • openingstijden;
    • het beleid met betrekking tot spel- en ontwikkelingsactiviteiten ten behoeve van de kinderen, waaronder voorschoolse educatie;
    • de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten;
    • wijziging van de prijs van peuterspeelzaalwerk.
  • Van een advies als bedoeld in het eerste lid kan de houder slechts afwijken indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van het peuterspeelzaalwerk zich tegen het advies verzet.
  • De oudercommissie is bevoegd de houder ook ongevraagd te adviseren over de onderwerpen, genoemd in het eerste lid.
  • De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft.

In het genoemde artikel 2.6 gaat het om de wijze waarop het peuterspeelzaalwerk is georganiseerd. De onderdelen spelen hierbij een rol:

  • de veiligheid en de gezondheid;
  • de opleidingseisen waaraan de beroepskrachten moeten voldoen;
  • de inzet van beroepskrachten in opleiding;
  • het aantal beroepskrachten en vrijwilligers in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie;
  • de groepsgrootte;
  • het pedagogisch beleid en de pedagogische praktijk.


Deel deze pagina: 
Print Doorsturen Maak pdf