5 Tips voor het begeleiden van ouders van 16-plussers
JSO ontwikkelt nieuwe werkvormen voor opvoedingsondersteuning voor ouders van 16-plussers, als aanvulling op het programma OUDERS van tegendraadse jeugd. De werkvormen zijn begin 2012 beschikbaar voor de uitvoerders van dit programma. Als voorproefje hier alvast een vijftal tips voor ouderbegeleiders.
1. Passend aanbod voor ouders van 16-plussers na eerste politiecontact.
Anders dan vaak wordt gedacht zijn er veel jongeren die hun eerste delict pas plegen op latere leeftijd. Juist voor de ouders van deze jongeren is het belangrijk dat zij een passend aanbod krijgen. Het reguliere aanbod aan opvoedingsondersteuning is immers vaak gericht op ouders van jongere kinderen. Programma’s zoals MST en Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer zijn vaak nog te zwaar. Met name voor deze ouders is een laagdrempelige interventie nodig.
2. Leg de nadruk op helpen in plaats van opvoeden.
De term opvoedingsondersteuning spreekt ouders van 16-plussers niet meer aan, die fase hebben zij wel gehad. Maar dit betekent niet dat ouders lijdzaam toe willen zien hoe hun kind een criminele carrière opbouwt en steeds verder in de problemen komt. Spreek ouders daarom aan op de mogelijkheden die zij hebben om hun kind te helpen. Leg uit dat jongeren op deze leeftijd, gezien hun hersenontwikkeling, vaak nog moeite hebben met:
- beslissingen nemen;
- plannen;
- sociaal gedrag;
- impulsbeheersing.
Juist op deze punten hebben zij de hulp van hun ouders dus nog nodig.
3. Maak duidelijk dat ouders in veel opzichten nog belangrijk zijn voor hun kind.
De invloed van ouders in de adolescentie neemt af. Dit kan er bij sommige ouders toe leiden dat zij hun eigen rol in het leven van hun kind bagatelliseren. Vaak blijkt echter uit kleine alledaagse vragen of opmerkingen van hun kind dat deze zeker nog waarde hecht aan de mening of het advies van de ouder. Dit geldt vooral bij verstandelijke en morele overwegingen. Door met ouders op zoek te gaan naar deze momenten en bij deze ook stil te staan, wordt het gevoel versterkt dat zij nog altijd belangrijk zijn voor hun kind.
4. Ouders inzicht geven in de consequenties van het verbieden van vrienden.
Ouders maken zich vaak zorgen over de invloed van ‘verkeerde’ vrienden. Het hebben van vrienden met crimineel gedrag is ook een belangrijke risicofactor bij het ontwikkelen van crimineel gedrag. Veel ouders zijn daarom geneigd om bepaalde vriendschappen openlijk af te keuren of te verbieden. Uit onderzoek blijkt echter dat dit juist tot meer criminaliteit leidt. Jongeren willen zelf bepalen wie hun vrienden zijn. Wanneer ouders hier de controle over willen hebben botst dit sterk met hun behoefte aan autonomie. Hierdoor gaan zij zich juist meer op hun (delinquente) vrienden richten. Het is daarom beter wanneer ouders met hun kind veel praten over hun vrijetijdsbesteding en vrienden, en hierbij de autonomie van hun kind respecteren.
5. Ouders inzicht geven in de mate van autonomie die hun kind aan kan.
Soms ervaren adolescenten een mismatch tussen hun eigen behoefte aan autonomie en de autonomie die hun ouders hun toekennen. Deze groep adolescenten zullen deze autonomie vervolgens eerder in hun vriendenkring gaan zoeken, hetgeen kan leiden tot meer criminaliteit. Deze mismatch ontstaat zowel bij te veel als bij te weinig controle. Het is dus belangrijk dat ouders:
- goed zicht hebben op de ontwikkeling van hun kind;
- weten welke mate van autonomie zij aankunnen en hun controle hierop geleidelijk afbouwen.
Informatie
Wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Marjan Möhle (adviseur JSO), T 0182 547745, E m.mohle@jso.nl.
