U bevindt zich hier:

Tegendraads draait door

Op 29 maart vond in het karakteristieke Louis Hartlooper complex te Utrecht de meeting ‘Tegendraads draait door!’ plaats. Ruim 130 deelnemers uit het hele land maakten kennis met de vernieuwde interventies van het programma.

De dagvoorzitter Anouschka Laheij opende de meeting met de gratis ochtendkrant. In één katern las ze maar liefst twee berichten over de jeugd, die dreigt te ontsporen. “Is het nu alleen maar kommer en kwel of valt het wel mee?” vroeg ze aan Nita van Veluw, JSO-projectleider van het programma “OUDERS van tegendraadse jeugd’. Die stelde ons gerust: “Met het merendeel van de jeugd gaat het gelukkig goed. We moeten dan ook uitkijken dat we niet teveel problematiseren. Maar we moeten altijd oog hebben voor de groep die wel problemen heeft en extra aandacht nodig heeft.”

Instrumenten

In het eerste deel van de talkshow spraken vijf (ervarings)deskundigen verder over het nut om ouders te laten interveniëren bij tegendraadse pubers. Jolanda van Moerkerke, manager St. Welzijn Feyenoord, merkt dat veel ouders behoefte hebben aan een goed advies. “Ouders zeggen niet meer te weten wat ze moeten. Met de interventies van OUDERS van tegendraadse jeugd hebben we meer instrumenten om ouders te ondersteunen.” In Feyenoord werven ze ouders via o.a. scholen, voorscholen, moskeeën voor de themabijeenkomsten. Zo zijn een paar honderd ouders bereikt. Daarnaast geven ze kleinschalige workshops van 6-7 ouders bij een van de ouders thuis.

Loes Keijsers, onderzoeker Universiteit van Utrecht op het gebied van ouder-adolescentie communicatie, beoordeelt de invloed van ouders uit wetenschappelijk oogpunt: “Een van de belangrijkste indicatoren voor kleine criminaliteit is hoeveel jongeren hun ouders vertellen. Een open communicatie is de basis.”  In de praktijk blijkt dat ouders erbij betrokken willen worden als hun kind in aanraking is geweest met de politie. Ze zijn blij met ondersteuning. De ouder uit het panel, Wilma Bil, is overtuigd van haar positieve invloed op haar twee puberzoons: “Goed doen, doet goed volgen.”

Onmacht

Frank van Strijen, auteur ‘Van de straat’ over straatcultuur en buurtregisseur Leidschenveen-Ypenburg,: “Jongeren worden op veel meer plaatsen opgevoed. Ouders zijn zeker belangrijk, maar loyaliteit aan de groep krijgt steeds meer invloed. Daardoor zie je jongeren, ondanks de goede band met de ouders, toch ontsporen.” In Feyenoord ziet Jolanda steeds meer ouders (ook vaders) van 10 tot 12-plussers die niet meer weten wat ze met hun kind aan moeten. De onmacht neemt toe. Frank constateert dat de leeftijd waarop het eerste criminele feit wordt gepleegd daalt: er zijn al meldingen van 6 tot 8-jarigen. Daarnaast zijn voor jongeren onder de 25 de sociale media van groot belang. “Het is voor hen the real world.”

Lianne Lekkerkerker, medewerker Jeugdzorg & opvoedhulp NJi Utrecht, medeonderzoeker OvTJ, ziet bij de jeugdreclassering in positieve zin veranderingen door de inzet van OUDERS van tegendraadse jeugd. “Jongeren beoordelen zichzelf positiever en geven aan minder te stelen en vandalisme te plegen.” Wilma heeft veel gehad aan de adviezen uit Tegendraads: “Ik pak dingen nu anders aan en kan meer geduld opbrengen. De oudercursus gaf me meer begrip en inzicht. Het prettige was dat ik me niet veroordeeld en beoordeeld voelde. Daarnaast merkte ik resultaat. Doordat mijn jongste zoon in de jeugdgroep aangaf dat zijn moeder wél naar hem luisterde, kwamen zijn vrienden mee naar binnen.”  Loes beaamt dat ouders superbelangrijk zijn. “Ook al is de invloed op het criminele gedrag kleiner dan verwacht, bij jongeren werkt een gelijkwaardige, horizontale relatie.”

Vroegsignalering

Vervolgens nodigde Anouschka nieuwe panelleden uit de jeugdhulpverlening op het podium. Karin van Schipstal, ouderbegeleider JJI de Hunnerberg Nijmegen, vertelt dat ouders veel last hebben van schaamte en schuldgevoel als hun kind in aanraking komt met justitie. Daarom is het zo belangrijk dat ouders zich niet aangevallen voelen. Rob Spaan, teammanager jeugdreclassering Utrecht, “We hebben het nooit over falen, maar nemen ouders serieus en steunen hen in de opvoeding. Het is goed als ze weten dat ze niet de enigen zijn. Ook tijdens onze begeleiding is het contact met ouders belangrijk.” Elly van der Helm, directeur Bureau Halt Twente, vult aan “Ouders willen vroegtijdig geïnformeerd en betrokken worden; al voordat ze bij de politie komen.” Judith Pretter, trainer en ouderbegeleider jeugdreclassering: “Eigenlijk zijn wij als hulpverleners een stap te laat. We zouden ouders eerder moeten vinden. Jeugdzorg zou meer moeten doen aan vroegsignalering.”

Ouder Wilma vult aan dat zij het lastig vond om de juiste hulp te vinden. “Voor mijn oudste had ik contact met de leerplichtambtenaar. Daardoor wist ik de weg via het jeugdpreventieteam, toen ik merkte dat mijn jongste ook in de problemen raakte.” Ook Rob onderschrijft het belang van vroegsignalering: “We moeten eerder ingrijpen, nog voordat jongeren echt ontsporen”. Uit de zaal komt reactie van de politie (in vol ornaat, inclusief pet): “In Rotterdam doen de collega’s op straat niets anders dan vroegsignaleren. Ze zien veel en maken continu de afweging voor de beste aanpak: strafrechtelijk of hulpverlening. De samenwerking tussen politie en het onderwijs is belangrijk.”

Ook het Centrum voor Jeugd en Gezin in Limburg in de zaal doet aan vroegsignalering, onder meer door letterlijk de straat op te gaan en tussen ouders op het schoolplein te gaan staan. Het is van belang als ouders je gezicht kennen en weten wie ze kunnen aanspreken bij vragen. Wilma beaamt het belang van een laagdrempelige benadering: “Jeugdzorg, Halt en de jeugdreclassering zijn voor ouders zwaar beladen begrippen. De interventies van OUDERS van tegendraadse jeugd hebben dat stempel nog niet. Dat maakte het voor mij makkelijker om aan de oudercursus deel te nemen.” Judith vindt het jammer dat ze ouders pas bereiken als ze op het eindstation zitten.

Doorschieten

Rob: “Ik zie soms jongeren binnenkomen waarbij ik denk: we moeten uitkijken dat we niet doorschieten en teveel problematiseren. Als ik in deze tijd was geboren, was ik nu veelpleger geweest!” Elly vindt ook dat kwajongensstreken erbij horen: we moeten ons gezond verstand gebruiken. “Experimenteren en grenzen opzoeken moet kunnen. Wel moeten we alert blijven: er kan ook meer problematiek achter zitten.”

Uit de zaal komt van een jongerenwerker nog de reactie dat het belangrijk is om in een signaleringsoverleg goede afspraken te maken over wie handelt en de ouders erbij betrekt. Zijn ervaring is dat de schakel tussen vroegsignalering en hulpverlening niet altijd effectief is. Het is van belang niet los te laten voordat het vervolgtraject is afgesproken. Dat geeft ouders vertrouwen. Rob suggereert tot slot om de overlegstructuur eenvoudiger te maken. Een kleiner team kan effectiever handelen dan een overleg van tien gesprekspartners met ieders eigen privacyregels.

Workshops

De koffiepauze werd door de deelnemers benut om onderlinge contacten te leggen. Bij binnenkomst ontvingen alle deelnemers een badge, met daarop slechts de helft van een van de pictogrammen van Tegendraads. De opdracht was op zoek te gaan naar een deelnemer met de andere helft en de vraag op de achterzijde van beide badges op te lossen. Onder de goede antwoorden werd een trainingscheque verloot. Na deze geanimeerde pauze was het tijd voor de vijf workshops. Via de link onder de titel kunt u de powerpointpresentaties openen:

  • The Basics: Wat is ouders van tegendraadse jeugd? – Louis Pronk, trainer JSO
    Deze workshop werd bezocht door veel deelnemers die nog niet op de hoogte waren van de inhoud van de interventies. Velen prezen de hoeveelheid van interventies en zochten ter plekke al naar de antwoorden hoe zij een en ander in konden passen in hun gemeente, organisatie en praktijk. Voor de ene deelnemer betekent dit een vertaalslag maken naar aansluiting bij het brede scala aan gemeentelijk aanbod, anderen zoeken meer naar de directe toepassing voor beroepskrachten zoals jeugdreclasseringsmedewerkers, CJG-pedagogen, maar ook gezinsondersteuners van thuiszorgorganisaties. De nieuw ontwikkelde individuele interventies werden door de deelnemers enthousiast ontvangen.

 

  • Tegendraads: Hoe voer ik het in en hoe pak ik het aan? – Isolde Verburgt, projectleider/adviseur JSO
    In de eerste workshop zaten deelnemers die al uitvoerden of een doorstart wilden maken. De tweede workshop werd vooral bezocht door deelnemers die zich aan het oriënteren waren. De reacties waren in beide groepen hetzelfde: implementeren kan alleen aan de hand van een goed plan. Hiervoor heeft JSO een implementatietoolstick ontwikkeld, bestaande uit vier fasen (initiatieffase, voorbereidingsfase, uitvoeringsfase en nazorg). Stapsgewijs wordt een organisatie of gemeente meegenomen om zo tot goede en gefundeerde besluitvorming en uitvoering te komen. Beide groepen waren unaniem: naast een goed plan valt of staat een succesvolle implementatie van Tegendraads met enthousiaste en betrokken mensen!

 

  • OUDERS van tegendraadse jeugd: “what’s new?” – Marjan Möhle, projectleider/ontwikkelaar JSO
    Bij de workshop waren zowel mensen die al met het programma werkten als mensen voor wie het gehele programma nog 'new' was. Belangrijke thema's voor de deelnemers waren het wel of niet werken volgens het draaiboek (en wat betekent dit voor het evidence-based werken?) en het werven en toeleiden van ouders. Beide thema's waren ook aandachtspunten bij de doorontwikkeling en zijn verwerkt in de theoretische onderbouwing, bij de implementatiestick en in de draaiboeken. In het algemeen wordt ervaren dat het aansluiten bij de vraag en behoefte van ouders belangrijk is voor het motiveren en werven van ouders, maar dat het doen van rollenspelen en oefeningen (al is het soms eng) belangrijk zijn voor het creëren van effectieve leermomenten. Daarnaast is er in het veld veel belangstelling voor het uitvoeren bij en het meedenken over de nieuwe ontwikkelingen.

 

  • Ouders erbij: werven, binden en blijven boeien van ouders – Nita van Veluw, projectleider/ontwikkelaar JSO
    In deze workshop kwamen drie onderwerpen aan de orde:
    1. Ouders zijn ’partner in crime’: sta naast de ouder staan en werk gelijkwaardig samen.
    2. Ken je ouders: zorg dat je theoretische kennis op peil is over bijvoorbeeld ouderschap, gezin en opvoedingsvaardigheden.
    3. Motiveren is van groot belang: dit vereist speciale deskundigheid. Gewerkt werd aan de vraag: drink je wel eens gewoon een kop koffie met ouders thuis, durf je dat en kun je beargumenteren wat het belang is om dat te doen.

 

  • Masterclass “Praten met pubers” - Loes Keijsers, onderzoeker Universiteit van Utrecht
    In deze workshop passeerde een aantal wetenschappelijke feiten de revue: winkeldiefstal, zwartrijden en dreigen iemand in elkaar te slaan zijn op grond van zelfrapportage van jongeren de meest voorkomende vormen van criminaliteit. Delinquentie is het hoogst op 15-jarige leeftijd. En maar liefst 75% van de jongeren pleegt een of meer strafbare feiten! Jongeren die thuis minder vertellen hebben een grotere kans om crimineel te worden dan jongeren waarbij ouders veel controle uitoefenen. Daarom is het van belang dat ouders een open relatie met hun kind stimuleren door te luisteren wat hun kind te zeggen heeft. Samen dingen doen nodigt uit tot praten. Ouders moeten de balans vinden tussen het respecteren van de autonomie van hun kind en op gelijkwaardig niveau communiceren.

Prijsuitreiking

Na afloop van de twee workshoprondes vond onder het genot van een broodje de prijsuitreiking plaats. Veel deelnemers hadden de missende helft van hun badge gevonden en de vraag op de achterzijde beantwoord. Uit de goede antwoorden werden twee winnaars getrokken die een cheque van € 1.000,- ontvingen om een training uit het open aanbod van OUDERS van tegendraadse jeugd te volgen. Esther Verstraaten (Halt Nederland) en Maja de Jonge (Trivium) namen de prijs dankbaar in ontvangst.

Meer informatie

Meer weten over de nieuwe interventies van OUDERS van tegendraadse jeugd? Neem dan contact op met Isolde Verburgt, E i.verburgt@jso.nl, Marjan Möhle, E m.mohle@jso.nl of Nita van Veluw, E n.van.veluw@jso.nl, T 0182 547888.


 

Dossiers:Jeugdcriminaliteit,Opvoedingsondersteuning

Geplaatst: 04 april 2011


Deel deze pagina: 
Print Doorsturen Maak pdf