Heb je ze ook gezien de afgelopen weken, die grote posters van Suitsupply met daarop twee zoenende mannen en wat vond je ervan? Liep je er aan voorbij met een glimlach of vond je het confronterend? Gezien het feit dat in Groningen sommige posters zijn afgeplakt met tape en in andere plaatsen zijn vernield getuigt dat het iets losmaakt in onze samenleving!

Natuurlijk zoekt de modeketen de grenzen op en hebben ze veel commerciële baat bij alle aandacht die ze nu krijgen. Daarnaast wakkeren ze met hun laatste campagne de maatschappelijke discussie aan en dat is interessant. Hoe zichtbaar mag een homo zijn en in het verlengde daarvan, hoe zichtbaar mag iemand zijn die niet in het mainstream plaatje past? Ik hoop natuurlijk dat het bij jou ook de vraag opriep hoe je zelf kijkt naar mensen met een andere seksuele voorkeur, in je directe omgeving, maar vooral ook in je werksituatie?

Ben je je er van bewust wat het betekent wanneer je bij de intake een vrouw vraagt naar haar man, terwijl ze eigenlijk een vriendin heeft? En weet je dat vele oudere homoseksuele mannen en vrouwen opnieuw ‘de kast in gaan’ wanneer ze afhankelijk worden van zorg, juist omdat ze bang zijn afgewezen of veroordeeld te worden. Stel jezelf eens voor dat je alle fotolijstjes van jou en je partner weg haalt, omdat je bang bent voor de oordelen van de hulpverlener of mede zorgvrager die bij jou over de vloer komen.

Cultuurverschillen

Deze week kreeg ik ook een prachtige handreiking “Diversiteitskader voor wijkteams” toegezonden. Een mooi middel om nog veel beter aan te sluiten bij cliënten met een migratieachtergrond. Ik denk dat veel professionals hier baat bij kunnen hebben en het gaan gebruiken. Simpelweg omdat de personeelssamenstelling van de wijkteams veelal geen afspiegeling is van de bevolkingssamenstelling. De handreiking benadrukt de noodzaak van het hebben van zogenaamde interculturele competenties; kennis van de eigen vanzelfsprekendheden, kennis over bepaalde dimensies van cultuurverschillen (zoals individualistische of collectivistische culturen) en kennis over taboeonderwerpen.

Bovenstaande twee thema’s lijken los van elkaar te staan. Het gesprek over zoenende homo’s op straat is wat anders dan het gesprek over de juiste zorg voor iemand met een migrantenachtergrond. Toch liggen ze dichter bij elkaar dan je op het eerste moment denkt. In beide gevallen gaat het om het mee mogen doen, het recht hebben om er te mogen zijn, zoals je wenst en zoals je bent. Of je nu als inwoner bij je gemeente aan het loket komt, als hulpvrager in gesprek gaat met een lid van een wijkteam, of als cliënt zorgondersteuning krijgt; in alle gevallen wil je jezelf zijn. En juist omdat je jezelf mag zijn in Nederland, zou je van iedere professional, willekeurig of deze nou ambtenaar, hulpverlener of verzorger is, mogen verwachten dat deze in staat is inclusief te denken en handelen.

Inclusief denken

Inclusief denken en handelen valt niet mee. Het doet een beroep op je reflectievermogen en willen onderzoeken wat je eigen normen en waarden zijn. Het doet ook een beroep op het ter discussie willen stellen en zo nodig aanpassen van ‘traditionele’ regels en afspraken die juist exclusie bewerkstelligen. Het vraagt om een constante dialoog binnen je werksituatie met collega’s maar ook met de mensen voor wie je werkt. Echte inclusie betekent dat iedereen zichzelf mag zijn en accepteren dat de samenleving niets anders is dan een bonte samenstelling van alle mensen met ieder een eigen verhaal en eigen behoeften en wensen. Een samenleving waarin ik mag zijn wie ik ben, omdat jij wilt zijn wie jij bent.

Louis Pronk

Wil je meer weten over hoe je de dialoog over inclusiviteit kunt organiseren binnen jouw gemeente, organisatie of team, o.a. middels intervisie, dialoogsessies, inclusieve tafels en meer, neem dan gerust contact op met mij, l.pronk@jso.nl,  06 349 497 50

Deel dit artikel