Hoe weten we of ons beleid het gewenste effect heeft? Met het nieuwe coalitieakkoord in de hand stellen veel gemeenten zich deze vraag. Maar welk maatschappelijk effect ís eigenlijk gewenst? Wat is ‘de bedoeling’ van dat wat er ontwikkeld en uitgevoerd wordt? En hoe wordt het op dit moment uitgevoerd? De sleutel: een gezamenlijke leercyclus met gemeente, inwoners en professionals.

Waarom sturen op effecten?

Als gemeente zijn er verschillende redenen om op effecten te sturen. Vaak speelt kosteneffectiviteit een belangrijke rol: met zo weinig mogelijk geld zoveel mogelijk doen. Ook inhoudelijke beleidsambities zijn een motivatie om op effecten te sturen. Gemeenten willen meer uitgaan van de leefwereld van inwoners en dus meer zicht krijgen op de invloed die het beleid op inwoners zelf heeft. Ten slotte is het werken aan kwaliteit een argument om goed te monitoren. Zo kun je immers met elkaar leren van wat wel en niet werkt en de kwaliteit van voorzieningen en activiteiten verbeteren voor inwoners.

Resultaatgerichte leercyclus

Om met elkaar te werken aan effect doorloop je idealiter vier fasen waarin inwoners, professionals en gemeente betrokken zijn:

Fase één–> In gesprek met inwoners, professionals en gemeenteambtenaren van diverse afdelingen over ‘de bedoeling’ rond een vraagstuk is de eerste stap. Wat willen we dat er bereikt wordt bij mensen zelf? Het helpt om met elkaar goed te duiden hoe je de gewenste effecten interpreteert. Bedoel je met participatie dat iemand een zinvolle tijdsbesteding heeft of gaat het erom dat ze zo snel mogelijk een betaalde baan hebben? Doordat inwoners onderdeel zijn van dit gesprek, kom je snel tot de kern en leren we termen te gebruiken die iedereen herkent en begrijpt. Breng hierbij in kaart wat effecten zijn op gemeentelijk niveau, organisatieniveau en individueel (inwoner)niveau.

Fase twee –> Hier gaat het om het in beeld brengen van wat nodig is om deze effecten te realiseren. Begin bij het einddoel en stel elkaar de kritische vraag: hoe weten we met elkaar of onze veronderstellingen kloppen? Hoe weet je bijvoorbeeld zeker of een huiskamerproject voor demente ouderen echt mantelzorgers ontlast? Of waarom denken we dat een buurtapp de leefbaarheid in een wijk vergroot? Het samen naar boven halen van de aannames die hieronder liggen biedt veel aanknopingspunten voor vernieuwing en samenwerking dwars door geijkte structuren heen.

Fase drie--> De effecten monitoren en tegelijkertijd dicht bij de praktijk en ervaringen van inwoners blijven (en weg van de nietszeggende cijfers) is fase drie. Dit noemen we ook wel ‘tellen en vertellen’. In regio Haaglanden is bijvoorbeeld de Verbetercyclus ingezet, waar het ophalen van ervaringsverhalen van jongeren, ouders en professionals input levert voor de beleid- en inkoopcyclus.

Fase vier –> De laatste fase betekent het vormen van een lerend netwerk: met elkaar de monitoringsgegevens en praktijkervaringen onderzoeken om vervolgens samen nieuwe plannen te ontwikkelen die gericht zijn op de effecten. Diversiteit in de deelnemende partijen en inwoners helpt hierbij. Door verschillende perspectieven kom je namelijk makkelijker op nieuwe wegen om de gewenste effecten te bereiken.

 Nieuwe manieren van verantwoorden

De verschuiving in de rollen van gemeente en organisaties in het sociaal domein biedt kansen om een andere invulling te geven aan de traditionele relatie van opdrachtgever en opdrachtnemer, subsidie- en inkoopeisen en de manier van verantwoorden. Twee welzijnsorganisaties, Xtra (Den Haag) en Woej (Leidschendam- Voorburg), gingen hier samen met JSO al mee aan de slag. Xtra heeft met een nieuwe manier van verantwoorden haar impact veel scherper kunnen neerzetten. Woej bracht onlangs een evaluatie uit door middel van ‘verhalend verantwoorden’. Hierbij kwamen vrijwilligers en inwoners aan het woord om het verhaal achter de behaalde resultaten te illustreren. De gemeente krijgt zo in één oogopslag een goed beeld en medewerkers van Woej hebben een scherpere focus op de waarde en effecten van hun werk.

Innovatie in verantwoorden helpt organisaties om in plaats van rapporten vol met cijfers de meerwaarde van hun inzet te laten zien met behulp van de ervaringen en kennis van inwoners. Het werken aan gezamenlijk geformuleerde effecten biedt daarnaast een stevig kader om samenwerking tussen partijen in het veld te versterken.

JSO begeleidt gemeenten en organisaties in het sociaal domein in het sturen op effecten met inwoners en professionals. Meer weten? Neem contact op met Charlotte Hanzon, c.hanzon@jso.nl, 06-52752618.

In dit artikel lees je terug hoe een Haags stadsdeel in gesprek ging met haar inwoners om beleid te verbeteren en hier deelt onze adviseur Monique haar visie op het inzetten van het inwonersperspectief om effecten te meten.

Deel dit artikel