‘Je bent maar een kind, je durft gewoon niet’ – wat jongeren nodig hebben om zich uit te spreken

Onlangs publiceerde de Kinderombudsman het rapport Je bent maar een kind, je durft gewoon niet. Hierin wordt beschreven wat jongeren nodig hebben om zich uit te spreken tijdens hun verblijf in de residentiële jeugdhulp. De bevindingen zijn confronterend en herkenbaar tegelijkertijd. Ook vanuit JONG doet mee! (één van onze JSO-opdrachten) ontvangen wij precies dezelfde signalen.

Jongeren maken dingen mee, maar spreken zich niet uit

Jongeren die in residentiële jeugdhulp verblijven, krijgen soms te maken met vervelende situaties. Dit kan gebeuren in contact met begeleiders of met andere jongeren. Het gaat soms om kleinere gebeurtenissen, maar ook om ingrijpende ervaringen, zoals verplicht alleen op de kamer verblijven of fysiek worden vastgehouden. Het is belangrijk dat jongeren hierover kunnen praten en zich vrij voelen om aan te geven wanneer zij het ergens niet mee eens zijn. Daarom hebben zij het recht om een klacht in te dienen.

In de praktijk blijkt echter dat jongeren hier niet vaak gebruik van maken, terwijl er wel regelmatig problemen voorkomen binnen de jeugdhulp. Veel jongeren geven aan dat zij zich niet veilig genoeg voelen om zich uit te spreken. Zij ervaren een gebrek aan vertrouwen en hebben het gevoel dat er onvoldoende ruimte is om hun mening en ervaringen te delen.

Een belangrijke passage uit het rapport beschrijft hoe jongeren zich niet echt gezien en gehoord voelden door begeleiders. Ze kregen het gevoel dat zij de schuld kregen van de situatie, terwijl zij juist uit complexe thuissituaties kwamen en behoefte hadden aan zorg en nabijheid. Op het moment zelf voelden jongeren zich eenzaam en stonden zij er alleen voor. Pas later konden zij zien dat hun reactie normaal was in een onveilige situatie.

Personeelstekort en verloop ondermijnen vertrouwen

Het rapport benoemt expliciet dat een positief leefklimaat essentieel is om jongeren zich veilig te laten voelen om zich uit te spreken. Tegelijkertijd staat dit onder druk door personeelstekort, een hoog verloop en de inzet van (onervaren) zzp’ers en flexwerkers.

Deze omstandigheden leiden tot hoge werkdruk en maken het moeilijk om een veilige plek te creëren en een vertrouwensband op te bouwen. Personeel staat vaak kort op een groep, waardoor kennis en expertise minder worden opgebouwd. Problemen blijven soms liggen, omdat men verwacht dat een volgende collega het oppakt.

Vanuit JONG doet mee! herkennen wij dit volledig. Zo stelde een jongerenraad onlangs de vraag hoe hun organisatie weer periode-opdrachten aan zzp’ers kon geven. De organisatie had dit juist stopgezet om meer personeel in loondienst te krijgen. In de praktijk leidde dit tot meer inzet van uitzendkrachten. Het gevolg: jongeren zagen nog minder vaak een vertrouwd gezicht op de groep.

Zonder stabiele teams ontstaat geen veilige cultuur

Het rapport adviseert om te zorgen voor een veilig pedagogisch klimaat waarin het welzijn en de ontwikkeling van jongeren voorop staan. Dit vraagt onder andere om:

  • Een huiselijke sfeer met inspraak en verantwoordelijkheid voor jongeren
  • Vertrouwensbanden gebaseerd op nabijheid, betrokkenheid en oprechtheid
  • Een cultuur van reflectie en leren van klachten
  • Professionals die elkaar aanspreken en blijven leren

In de praktijk zien wij dat teams met een hoog personeelsverloop moeite hebben om zo’n cultuur te ontwikkelen en vast te houden. Je kan pas goed voor anderen zorgen, als je ook goed voor jezelf zorgt. Collega’s staan vaak in de overlevingsstand en zijn vooral bezig met het hoofd boven water houden, in plaats van samen te reflecteren en te leren. Door de voortdurende wisselingen in het team ervaren medewerkers weinig ruimte om zelf even af te schakelen wanneer de spanning oploopt. Ook ontbreekt vaak de mogelijkheid om bij elkaar in te checken en samen stil te staan bij de vraag: doen we nog wat het juiste is?

Daarnaast spreken wij zorgmedewerkers die zijn afgehaakt omdat zij een ander pedagogisch klimaat voor ogen hadden, maar zich een roepende in de woestijn voelden. Zij werkten in instabiele teams waarin continuïteit en gezamenlijkheid ontbraken, waardoor het moeilijk was om samen richting te geven aan de pedagogische aanpak.

Professionele ervaringsdeskundigen als deel van de oplossing

Het rapport benoemt dat ervaringsdeskundigen jongeren kunnen helpen om zich open te stellen en uit te spreken. Vanuit gedeelde ervaringen ontstaat herkenning en vertrouwen. Vanuit JONG doet mee! zien wij ook nog een andere enorme verbeterkans.

De inzet van professionele ervaringsdeskundigen kan namelijk op twee manieren bijdragen aan versterking van de jeugdhulp. Ten eerste helpen zij jongeren zich veiliger te voelen en zich uit te spreken. Ten tweede kunnen zij bijdragen aan het verminderen van het personeelstekort.

Professionele ervaringsdeskundigen vormen een waardevolle aanvulling op teams. Zij brengen unieke kennis en expertise mee vanuit hun eigen ervaring en kunnen duurzame relaties opbouwen met jongeren. Hierdoor versterken zij de continuïteit op de groep en verlagen zij de druk voor de andere vaste medewerkers. Tegelijkertijd dragen zij bij aan een sterker pedagogisch klimaat en een cultuur waarin jongeren zich gezien en gehoord voelen.

Hoe bed je ervaringsdeskundigheid structureel in?

De beroepsgroep van professionele ervaringsdeskundigen heeft de afgelopen jaren hard gewerkt aan professionele erkenning en staat klaar om bij te dragen. Zij kunnen het fundament zijn waarmee het wankele jeugdhulp-huis wordt gestut en omgevormd tot een warm thuis.

Dit vraagt van organisaties het lef om professionele ervaringsdeskundigheid een structurele plek te geven in alle lagen van de organisatie: op de groep, in teams, in beleid, in management en in bestuur. Een manier om hier vorm aan te geven, is het opstellen van een werkwijzer. De werkwijzer voor Blijvend Ervaren, die JSO samen met ervaringsdeskundigen en Blijvend Ervaren ontwikkelde, zorgde ervoor dat ervaringsdeskundigen onderdeel zijn en blijven van het team Blijvend Ervaren.

Het moment om het verschil te maken

De signalen uit het rapport zijn duidelijk. Jongeren hebben behoefte aan veiligheid, stabiliteit en echte verbinding. Zij moeten zich veilig voelen om zich uit te spreken. Dit vraagt om stabiele teams, een positief leefklimaat en een cultuur waarin reflectie en leren centraal staan.

Professionele ervaringsdeskundigen kunnen hierin een sleutelrol spelen. Niet alleen door jongeren te ondersteunen, maar ook door teams te versterken en bij te dragen aan meer continuïteit en stabiliteit.

Als organisaties nu deze stap durven te zetten, is er een grote kans dat de Kinderombudsman over tien jaar positief terugblikt en concludeert dat het kwartje in 2026 is gevallen.

Wij denken graag met jou mee

Ben je door dit artikel geïnspireerd geraakt en wil je voor jouw organisatie bekijken hoe je hier werk van kunt maken? Neem dan contact op met Vincent Bovenlander of Nita van Veluw. Zij denken graag mee over hoe professionele ervaringsdeskundigheid duurzaam kan worden ingebed.